Prima jaar voor de kraanvogel: meer broedparen, meer eieren en meer kuikens. Hoe komt dat?

De kraanvogels in ons land hebben een goed broedseizoen achter de rug. In het Fochteloërveen vlogen zes kuikens uit.

Een kraanvogelpaar in het Fochteloërveen bracht twee jongen groot. Een daarvan liep wekenlang rond met een afhangende rechtervleugel, maar vloog uiteindelijk wel uit.

Een kraanvogelpaar in het Fochteloërveen bracht twee jongen groot. Een daarvan liep wekenlang rond met een afhangende rechtervleugel, maar vloog uiteindelijk wel uit.

Het natte voorjaar en de vochtige zomer zijn gunstig geweest voor de kraanvogels. De natuur leefde na drie droge zomers op en dat betekende meer leven en meer voedsel voor de dieren en dus ook voor de kraanvogels. Daarbij komt dat de nesten in de drassige gebieden moeilijk bereikbaar waren voor roofdieren als dassen en vossen die eieren pikken of jongen opeten.

Nederland verwelkomde dit broedseizoen 46 paartjes, waarvan veertig een nest bouwden en eieren legden, zo melden de kraanvogelwachters in hun gezamenlijk verslag. Er zijn 36 kuikens geboren waarvan er 21 zijn uitgevlogen. Dat zijn aanzienlijk meer dan de 12 jongen die vorig jaar zijn grootgebracht.

Koploper

Vooral in het grensgebied van Friesland en Drenthe gaat het goed, met 28 broedparen en 15 kuikens die uitvlogen. Het Fochteloërveen is koploper met 9 broedparen geteld, die 12 kuikens kregen. Daarvan overleefden 6 jongen. In het Drents-Friese Wold waren 4 broedparen die 2 jongens grootbrachten en ook het Dwingelderveld telde 2 kuikens die uitvlogen. Een broedpoging op de Delleboersterheide bij Oldeberkoop leverde niets op.

Dat de helft van de uitgekomen kuikens in het Fochteloërveen het niet overleeft, is geen gegeven waarvan boswachter Sietske Westerhof schrikt. Vorig jaar telde Natuurmonumenten er tien broedparen, maar die kregen maar zes kuikens, waarvan er uiteindelijk drie uitvlogen.

Gebroken vleugel

Dit jaar kreeg een paar zelfs twee jongen groot. Voor het lot van een daarvan werd geruime tijd gevreesd. Het dier leek wekenlang rond te stappen met een gebroken vleugel, maar kon na vijftien weken toch uitvliegen. Westerhof: ,,It hat him gelokkich rêden. We ha der foar keazen om net yn te gripen, omdat fersteuring allinnich mar in grutter risiko jaan soe.’’

Achter het succes van de kraanvogels in het Fochteloërveen kan Natuurmonumenten staat volgens Westerhof een flinke groep vrijwilligers. Vijf mensen volgen gedurende het seizoen vrijwel dagelijks de bewegingen van vogels én publiek. Nog eens dertig mensen surveilleren bij toerbeurt.

Elders in Nederland waren broedende vogels te vinden in Overijssel en Gelderland, waar 11 broedparen waren die 6 kuikens grootbrachten. In het grensgebied van Noord-Brabant en Limburg (De Peel) zijn drie broedparen gesignaleerd, maar hier zijn geen jongen uitgevlogen.