Martijn de Roos en Hendrik Jan Vos.

Magneetvissen trekt Martijn en Hendrik Jan naar het water

Martijn de Roos en Hendrik Jan Vos. Piet Bosma

Dit zijn Martijn de Roos en Hendrik Jan Vos (beiden 33). Beiden wonen zijn op zorgboerderij Onder de Linde in Fochteloo en zij hebben een gezamenlijke hobby: magneetvissen.

Met elkaar struinen zij de hele omgeving af op zoek naar wateren. Het maakt niet uit wat voor water en hoe diep: zij gooien hun magneet – aan touw – uit en hopen zo iets leuks op te halen. Iets bijzonders, iets van waarde. Wat je ophaalt is altijd een verrassing.

Winkelwagen en een fiets

Een prachtig tijdverdrijf, zo noemen ze het. Elke week gaan ze er, na hun werkzaamheden op de boerderij, wel een paar avonden op uit. De ene keer naar Appelscha, de andere keer naar Oosterwolde. ‘Hier visten we onlangs een winkelwagen en een fiets uit het water’, zegt De Roos. Hun magneet kan tot 305 kilo vasthouden voordat hij loslaat. En mocht het voorwerp iets te zwaar zijn of vastzitten, dan hebben de twee een dregankertje mee om er meer grip op te krijgen. Meenemen deden ze de fiets niet. ‘Die ging naar de gemeente. We hebben een app waarop we gevonden voorwerpen kunnen melden. Wat er daarna mee gedaan wordt, weten we niet.’

Schatzoekers

Spullen houden doen ze ook wel, maar dat zijn voornamelijk kleinere dingen. Geld of andere metalen: trofeeën. De schatzoekers hebben nogal wat gevonden: munten, een paar dingen waarvan ze nog steeds niet weten wat het is, blikjes, een fietslampje en een crossmotor. ‘Die laatste vonden we in Hoogersmilde. Daar stonden wij ook flink van te kijken’, gaat Hendrik Jan verder. ‘We trekken dan samen aan het touw en mocht het niet bovengehaald kunnen worden, helpt een omstander. Er ligt echt van alles onder water.’

De tekst gaat verder na de foto

Stenen

Hun favoriete plek? ‘Oosterwolde’, zegt Martijn meteen. ‘Hier, rond het Stellingwerf College of ter hoogte van de Albert Heijn, ligt het meeste.’ Hij werpt zijn touw – van zo’n dertig meter – uit. Langzaam trekt Martijn de magneet naar zich toe. Hij hobbelt wat over de bodem. Hier liggen veel stenen, voelt hij. De magneetvisser wisselt wat van plek, zodat de magneet zigzaggend over de bodem beweegt. ‘Meer kans op een buit’, vertelt hij. Ervaring. En dan: ‘Volgens mij zit er wat aan. Best zwaar, zo te voelen.’ Hendrik Jan kijkt op. Wat zal het zijn? Hij komt wat dichterbij en vraagt: ‘Moet ik helpen?’ Martijn takelt al. ‘Nee’, antwoordt hij vluchtig. De vier ogen zijn gericht op het wateroppervlak. ‘Het is echt zwaar’, giechelt Martijn. Een haak, één van de stok van de brugwachter blijkt als hij het voorwerp boven water komt. Wauw, klinkt het van de oever. ‘Zoiets hebben we nog nooit gevonden.’

‘Ons doel is eigenlijk altijd om het gevondene bij de rechtmatige eigenaar te krijgen, maar vaak gaat dat niet. Dan houden we het zelf, tenzij het niet mooi is, dan gooien we het weg.’ En dragen de magneetvissers een flinke steen bij aan het opruimen van de gemeente.

‘Beter dan gisteren’, benadrukt Vos. ‘Toen vonden we slechts vijf cent en twee andere roestige voorwerpen.’