Wietze en Anita Meijerhof.

Liefhebberij: ‘We zullen nooit weten wat erin zit, want we openen geen enkel product’

Wietze en Anita Meijerhof. Rens Hooyenga

De meeste mensen gooien bij het verstrijken van de houdbaarheidsdatum producten meteen weg. Wietze (61) en Anita (58) Meijerhof uit Donkerbroek niet.

Zij zijn juist op zoek naar een lang verstreken houdbaarheidsdatum. Verpakkingen die bol staan of een wasmiddelverpakking waarop geadviseerd wordt het middel te mengen met regenwater om goed te kunnen wassen, ‘heerlijk, we genieten er enorm van’, zeggen de verzamelaars.

Nooit compleet

Het doel is om zoveel mogelijk producten te verzamelen. Niet alleen eet- en drinkwaar, ook genotsmiddelen, zoals tabak en zij vinden: hoe ouder het product, hoe mooier de aanwinst. ‘Eigenlijk is het nooit compleet en dat maakt het zo leuk’, zegt Anita. Zelf verzamelt ze voornamelijk oude verpakkingen van babyproducten. In de woonkamer staat een vitrinekast vol met alleen witte Zwitsal-verpakkingen. ‘Uit de jaren veertig, de gele zijn van veel later’, legt ze uit.

Babyspulletjes

Een andere vitrine laat allemaal andere babyspulletjes zien. Een blikje met bruine bonen en appelmoes uit 1967 pakt ze erbij. ‘Hier staat geschreven dat het geschikt is voor baby’s vanaf twee maanden. Zou je nu eens moeten proberen, iedereen verklaart je voor gek. Toen was dat schijnbaar heel normaal. En dat maakt het zo leuk. Je valt van verbazing in verbazing.’ Vooral dat teruggaan in de tijd, vinden de twee fijn. Daarom hebben ze zich omringd met de spullen: in de gang tot in de woonkamer tot in de keuken. Aan de wand hangen geen schilderijtjes, maar oude lichtbakken: één van Van Nelle en één van Douwe Egberts. Die gaan ’s avonds aan. ‘In plaats van een schemerlampje.’ En van de buurman kregen ze een oud reclamebord, die hangt nu boven het bankstel. ‘Net een soort Van Gogh’, benoemt Anita. De woning ademt nostalgie, bezoekers komt ogen te kort.

Ouderwetse winkel

Maar dat is nog niet alles: een schuur in de achtertuin hebben de twee compleet ingericht als winkel. Een ouderwetse winkel, inclusief oude toonbank, weegschaal, een bediende – uiteraard in klederdracht – legt wisselgeld neer. Een briefje van twee gulden vijftig. ‘Alles in stijl’, zegt Wietze over zijn liefhebberij. ‘Dagelijks sta ik ermee op en ga ik er weer mee naar bed. Dat zet ik dit even wat anders of vul dat weer aan.’ De snoep bij de snoep, eau de parfum in het vrouwenhoekje en ook de alcohol is niet vergeten. Er staat zelfs een origineel houten krat van Heineken met daarin vierentwintig oude flesjes met een etiket in goede staan. ‘Zo compleet zijn ze heel schaars, net als een complete box sigaren. Kijk, een pak Appelsientje, houdbaar tot 23 september 1981.’

De tekst gaat verder na de foto

Pakje zeep

Het is niet alleen oud, het ruikt er ook oud ‘en daarom is het ook zo fijn om hier te zijn’. Het oudste product wat er ligt is een pakje zeep van honderd jaar oud. En wie denkt: mijn kruidenboter is beschimmeld, die willen de verzamelaars ook wel hebben. Nee, die mogen in de container. ‘Spullen die in onze verzameling passen zijn minstens dertig jaar oud. Dus wie nog wat heeft staan in een vergeten hoekje: die spullen zijn zeker allemaal welkom.’

Rommelmarkten

Wietze en Anita startten hun verzameling zo’n twintig jaar geleden. ‘We snuffelden wat door oude spullen van mijn ouders’, zegt Wietze, ‘en kwamen prachtige dingen tegen. Onder andere oud speelgoed van mij, maar ook oude verpakkingen.’ Sindsdien letten de twee op soortgelijke dingen. Op rommelmarkten onder meer, maar krijgen doen ze het ook veel. ‘Op een gegeven moment kennen mensen je en weten ze je te vinden.’ En kopen doen ze het eigenlijk alleen maar voor enkele kwartjes. ‘Daarvoor is het een hobby. We kopen nooit iets voor bijvoorbeeld vijf euro, het moet wel leuk blijven.’

Kookmuseum

Duurdere dingen halen ze van een uitverkoop of ruilen ze bijvoorbeeld. ‘Een deel van onze collectie hebben we vorig jaar uit het voormalig kookmuseum in Appelscha mogen halen, vlak voordat het gesloopt werd.’ En andersom betekenen zij ook wat voor de gemeenschap. Voor de coronacrisis kwam er met regelmaat een groepje met dementerende ouderen over de vloer om herinneringen op te halen. Omdat dat nu niet kan, hebben Wietze en Anita tijdelijk twee dozen vol oude producten naar de Herbergier in Oldeberkoop gebracht.

Potjes jam

Een bijzondere vondst kregen de verzamelaars van een man uit Hoogeveen. ‘Hij vond bij een verbouwing in de spouw van zijn woning potjes jam van Betuwe. Het stamt uit de Tweede Wereldoorlog en werd in de spouw verstopt, vanwege voedselschaarste in die tijd.’ Zo staat er ook een potje met keukenstroop met daarop een Jodenster, een pak shag van tien cent, een blik Unox ham, ‘wat daar op dit moment in zit, willen wij niet weten’ en een pakje Pril, waarop staat: een reclamegeschenk in dit pak. ‘Wat het cadeautje is, zullen we nooit weten, want open maken doen we het niet.’

Ouderwetse weegschaal

Ook een roomboterverpakking van de oude melkfabriek in Donkerbroek mag niet ontbreken. En zo zijn er meer heel lokale spullen te vinden. ‘Toen we een keer door Oosterwolde reden, zagen we een ouderwetse weegschaal in een container liggen, toen we vroegen of we die mee mochten nemen voor in ons museumpje, werd ons verteld dat er op die weegschaal vroeger spijkers werden gewogen bij Wieberdink. Maar een winkeliersboekje uit de oude Enkabe-supermarkt in Donkerbroek is het hoogtepunt. ‘Het staat vol namen van inwoners van Donkerbroek in de jaren zeventig. Toen mocht je nog op de pof kopen in de winkel, zodat er later afgerekend kon worden. We hebben veel namen voorbij zien komen van mensen die we kennen of kenden.’ Klaas Betten, kauwgom, tien cent, staat er. Of: familie Menger die een pak boter en twee ons chocoladehagelslag kocht. Alles is aanwezig. Ook drie muizenvallen, ‘maar daar zat gelukkig nog nooit wat in’.