Itie Meijerhof bij haar verzameling Hummeltjes.

Liefhebberij: ‘Hummeltjes, omdat ze altijd blij zijn’

Itie Meijerhof bij haar verzameling Hummeltjes. Rens Hooyenga

Donkerbroek – Non Maria Innocentia Hummel maakte tijdens haar vrije uurtjes in een Duits klooster tekeningen. Van jongetjes en meisjes. Vrolijke persoontjes die van alles aan het doen waren. Van viool spelen tot ballon oplaten. Alledaagse dingen.

De tekeningen vielen in de smaak bij Franz Goebel, fabrieksbaas en ondernemer. In zijn porseleinfabriek startte hij in 1935 met het vervaardigen van beeldjes, die op de tekeningen leken. Een gat in de markt, want de fabrieksbaas was niet de enige die ze mooi vond. Vele Hummelwinkels schoten als paddenstoelen uit de grond en nu, 85 jaar later, maken de hummels nog steeds deel uit van vele huishoudens, waaronder die van Itie Meijerhof (70) uit Donkerbroek.

Hummeltjes

‘Hoe ik erbij kwam om die specifieke hummeltjes te verzamelen? Dat begon toen ik in 1987 bij een collega op visite ging’, zegt de verzamelaar. In die tijd werkte Itie bij de Friki in Oosterwolde. Op visite ging ze in Appelscha. ‘Mijn collega had diverse hummeltjes staan. Toen ik er naar vroeg, hoorde ik waar ze te koop waren.’ Een ritje naar Drachten volgde. ‘Bij Jacobi haalde ik mijn eerste paar’, vertelt Meijerhof. ‘Gewoon omdat ze zo’n prettige gezichtsuitdrukking hebben. Ze zijn altijd blij.’ Het duurde niet lang voordat haar nieuwe lievelingswinkel sloot. Itie werd aangewezen op een soortgelijke winkel in Assen, waar weer menig hummeltje werd buit gemaakt.

Hummelclub

Ze ontdekte de Hummelclub, zodat ze op de hoogte gehouden werd van de nieuwste exemplaren. Tevens handig want ‘soms kreeg ik er één gratis’. Hummels komen altijd met z’n tweeën. ‘Vaak werd dan het ene geslacht gratis gegeven, waarna je de tweede kon kopen. Dat deed ik met regelmaat.’ Ook werd een boek aangeschaft. De hummelliefhebber zag daar hoeveel van de beeldjes er wel niet bestonden. ‘Duizenden’, klinkt het dan. ‘Precies weten doe ik het niet, maar ze zijn allemaal genummerd. In het ietwat verouderde boek staan al 2100.’ En in een tweede catalogus staan de prijzen per beeldje en waar je op moet letten bij de aanschaf van zo’n beeldje. ‘De fabriek ging in 2017 failliet, de beeldjes worden dus steeds schaarser.’ Er zijn veel nepexemplaren in omloop, weet Meijerhof. ‘Als ze voor weinig worden aangeboden gaan mijn radartjes al draaien.’ Ze kent alle stempels, kenmerken, bijzonderheden en vormen. ‘Zo moet er op verschillende plekken een naam staan en onderop onder meer een serienummer, een merkje en ergens in het beeldje zit een klein gaatje. Dat is omdat ze heel heet gebakken werden en anders knapten.’ Als er dus iets mist, laat Itie het poppetje dus meteen staan. ‘Goedkoop zijn ze namelijk niet. Voor een beeldje tel je gemakkelijk 250 euro neer.’ Maar ze zijn er ook van 20.000 euro. ‘Die zijn mij een beetje te duur, het moet wel leuk blijven.’

Marktplaats

Ondanks dat ze haar laatste acht jaar geleden kocht, kijkt de hobbyist driemaalweeks op Marktplaats. ‘Ze blijven me trekken, maar lang niet allemaal. Ik ben nu vooral nog naar drie beeldjes op zoek: een meisje die met gentiaantjes speelt en bloemen in haar haar draagt, een schoorsteenvegertje en een jongen en een meisje op een hobbelpaard.’ En vinden doet ze ze steeds lastiger. De winkel in Assen is opgeheven net als haar adresjes in Emmen en Winschoten. ‘Omdat de fabriek sloot, verdwijnen de winkels langzaam. In Duitsland zijn ze zelfs nog amper en ook het aantal verzamelaars wordt minder. Hier in de omgeving ken ik niemand die ze verzamelt, onder de rivieren zijn ze nog wel populair.’

Vitrinekast

Itie weet precies welke vijftig hummels ze heeft. ‘Ik heb alles uitgestald in een vitrinekast, zodat ik er elke dag van kan genieten.’ Ook alle bijbehorende doosjes en echtheid certificaten heeft ze nog. ‘Mocht ik er ooit één willen verkopen, dan kan ik er meer voor vangen.’ Ooit haalde haar man een grapje uit met Itie. Hij haalde er stiekem twee uit de vitrine en pakte ze in. ‘Weken later gaf ik ze haar cadeau om te zien of ze het door had’, grapt Wietze Meijerhof. En geslaagd was het. ‘Bij het uitpakken reageerde ze meteen met ‘die heb ik al’. Toen ze ze aan wilde wijzen, wees ze naar twee lege plekken.’ Hard lachen deden ze erom en sindsdien houdt de verzamelaar haar volkje nog beter in de gaten.