Jens Stoffers (13) en Bram Stoker (10) houden schapen

Jens Stoffers (13) en Bram Stoker (10) houden schapen: ‘We willen alles leren, ook de administratie’

Jens Stoffers (13) en Bram Stoker (10) houden schapen Foto: @Rens Hooyenga

Het bijvoeren van lammeren, de inkoop van hooi, het is voor Jens Stoffers (13) en Bram Stoker (10) uit Appelscha gesneden koek. De twee jongens, neven van elkaar, houden schapen en dat vergt nogal wat kennis en verantwoordelijkheid. Maar dat maakt ze niets uit: ‘Na schooltijd gaan we rechtstreeks naar het land om de beesten te verzorgen.’

Op een stuk land in Appelscha-boven lopen hun wollige vrienden. In het begin twee, maar omdat er net gelammerd is, ontstaat er al een heuse kudde. ‘Er werden in totaal vijf lammetjes geboren’, vertellen de jongens. En telkens als een ooi op het punt stond om te bevallen, waren ze erbij om alles in goede banen te leiden. ‘Het is prachtig om te leren over de beesten. Hoe we met ze om moeten gaan, wat ze eten, maar ook over de geboorte’, vertelt Jens. ‘We dachten dat het met vier lammetjes wel klaar was, maar toen ik even later terugkwam in het hok, was er een vijfde geboren’, zegt Jens. ‘Een heel kleintje.’ Een bonus. Allen dragen ze een naam en vanwege zijn formaat kreeg de laatste een speciale en toepasselijke naam: ieniemienie Harm-Jan. ‘Vier rammen en een ooitje’, gaat de 10-jarige verder. ‘Gelukkig, want Jul heeft al drie keer gelamd, een nieuwe ooi was wel welkom.’

Opa en oma

Hun vee staat op het land bij opa en oma Stoffers. Zij hadden tot voor kort een kalvermesterij. ‘Op die manier zijn wij in aanraking gekomen met de dieren. Telkens als we bij opa en oma op visite waren, hielpen we mee, verzorgden we de dieren en reden we mee op de trekker.’ Al toen ik een half jaar was reed ik op schoot mee met opa, gaat Jens verder. ‘Toen een ziek kalf apart gezet werd, mochten wij die verzorgen’, beschrijft Bram. ‘Het werd ons kalfje op een speciaal stukje land. Toen het kalfje weer opgelapt was, bleef het stuk land echter leeg.’

Drachtig schaap

Er moest maar wat nieuws komen, werd besloten. En zo kregen de jongens op hun verjaardag elk een drachtig schaap, die tot het land gereed was bij een buurman stonden. Jul en Isabella, de reden om hun boerderijwerk voort te zetten. Ze bouwden samen een hok met daarop de tekst: hok. Ze regelden een drinkbak ‘en ook de afrastering met stroom hebben we zelf aangelegd’. Uiteraard wel onder het toeziend oog van opa, maar hij zit gerust op het terras naast de woning. ‘Mochten we er niet uitkomen, kunnen we het altijd vragen.’ Zo voeren ze de ooien biks en krijgen de kleintjes lammerenmix. ‘Af en toe wat aardappelschillen vinden ze ook wel lekker.’ Jens en Bram regelden zaagsel bij een overbuurman – ‘fijn voor in het hok’ – en van hun zakgeld kochten ze bij een andere buurman tien pakken hooi. ‘En een oude veewagen – gekocht van de broer van opa’, duidt Bram, die meteen aangeeft wat er nog allemaal aan het wagentje moest gebeuren voordat zij er schapen in konden vervoeren. ‘Het was een wat verouderde kar. We hebben alle luikjes vervangen en er zit een compleet nieuw dak op. Dat betaalden we van klusjes die we her en der deden. Je moet er wat voor over hebben.’ Beiden namen ze wel eens een schoolvriendje mee naar hun schapen, maar dat bleef dan bij één keer. ‘Nee, we kunnen ze niet echt enthousiast krijgen.’

‘Liever boer dan Playstation spelen’

Ondanks dat gaan de dierenliefhebbers door. Er is nog genoeg te doen: ‘We moeten nog een hekje opknappen, we moeten binnenkort even om tafel met een schapenscheerder en er kan nog wel een ooi bij, want eigenlijk mag je jezelf pas echt schapenboer noemen bij vijftien schapen. We hebben dus nog even te gaan.’ Nee, waar de meeste jongeren tegenwoordig liever gamen op de Playstation, is dat niets voor hen. ‘Zelf hebben wij ook wel een spelcomputer, maar daar vinden we niet zoveel aan. Wij zijn liever boer.’

Binnenkort gaan de jongens – die overigens ook al zelf trekker rijden – een ander stuk land omploegen en omtoveren tot grasland. ‘Dan hebben we een bunder, zodat we meer schapen kunnen houden. Begint erop te lieken.’

Of er wel eens een ongelukje is gebeurd? ‘Ja, er is wel eens een lam ontsnapt en die liep op een gegeven moment op de weg. We zorgen ervoor dat dat niet weer gebeurt. Gelukkig is het goed afgelopen’, zegt Jens.

Administratie

En ondertussen – als de twee jongste boeren van Ooststellingwerf – even pauze hebben, zitten ze bij oma aan tafel. Zij deed vroeger de administratie van de kalvermesterij. ‘Daar willen wij ook alles van weten, want daar moeten we binnenkort ook mee aan de gang.’

De jongens hebben afgesproken sowieso door te gaan met de schapen tot ze twintig jaar zijn. Jens zit inmiddels op AOC Terra in Assen en volgt de opleiding om boer te worden, Bram zit nog op de basisschool en denkt erover om kraanmachinist te worden.