Imker bepleit zone van 200 meter zonder bestrijdingsmiddelen

Imker Sjoerd Bonnema van De Kleine Salamander in Fochteloo heeft het helemaal gehad met de manier waarop boeren bestrijdingsmiddelen inzetten.

Imker Sjoerd Bonnema van De Kleine Salamander in Fochteloo.

Imker Sjoerd Bonnema van De Kleine Salamander in Fochteloo. FOTO ANNE WESTERHOF

En ook de gemeente doet te weinig. Dat blijkt uit een open brief die hij aan de gemeenteraad van Ooststellingwerf heeft gestuurd. ‘In de omgevingsvisie staat dat er aandacht is voor biodiversiteit. Dat is natuurlijk veel te zwak en vaag uitgedrukt. Op het gebied van biodiversiteit zeker op het platteland en nabij de dorpen is ook hier in Ooststellingwerf nog een enorme inhaalslag te maken.’

Jarenlang werkte Sjoerd Bonnema als ambtenaar op het gebied van de milieuregelgeving op diverse niveaus. ‘Ik zag de aandacht en de ruimte voor het milieu toenemen en als gevolg daarvan verbeterde de regelgeving. Later werd het mij duidelijk dat het economisch belang toch steeds weer voorop bleef staan.’ Na twintig jaar ambtenaars te zijn geweest begon hij in een woonboerderijtje als kleinschalig ecologisch ondernemer met ‘De Kleine Salamander’. ‘De kleinschalige eco-ondernemer en pionier wordt nog te vaak als een gek vrouw of mannetje weggezet.’

Bonnema zegt zijn stinkende best te doen om op een zo’n ecologisch mogelijke wijze samen te werken met zijn streekeigen honingbijen en leefomgeving. ‘Maar ook in mijn bedrijfsvoering ga ik steeds weer een stapje verder. Maar ik ervaar in de praktijk en soms aan den lijve dat echt ecologisch ondernemen door intensief agrarisch gebruik van land en bodem steeds moeilijker aan het worden is.’

Fout gebruik middelen

‘Veel bestrijdingsmiddelen worden boven en in de grond - vaak ook nog op moedwillig foutieve en dus illegale wijze - toegebracht. Ook op grasland zie ik steeds meer bestrijdingsmiddelen gebruik. Soms lopen de dieren vaak nog in het land tijdens de spuitsessies. Economisch gewin staat kennelijk voorop de rest is kennelijk flauwekul. Onaangekondigd gaan te veel boeren gewoon ‘los’. Zodoende heb ik al heel wat van mijn vaste bijenvolk standplaatsen op moeten heffen of anderszins schade ondervonden. Dat is toch de omgekeerde wereld. Van een kennis vernam ik dat de spuitarmen zo hoog staan zodat de boer dan maar een keer over het land hoefde. U kunt wel nagaan, het gif komt dan overal. Concentraties worden opgevoerd en spuitkoppen onjuist afgesteld. Het komt in de sloten, oppervlakte water, drinkwater in onze tuinen en longen. In onze hele ziel en zaligheid.’

Zone van 200 meter instellen

En een bestuurder zou daar in de beleving van de imker uit Fochteloo wakker van moeten liggen. ‘Biodiversiteit, leefbaarheid, gezondheid en duurzaamheid moet zich natuurlijk niet beperken tot natuurgebieden of een mooi bloemenrandje langs de weg. ‘Een verbod zal volgens Bonnema nog wel niet haalbaar zijn ‘maar is natuurlijk de beste optie’. Hij wil verkooppunten benaderen en roept de gemeenteraad op aardappelteelt en bloembollenteelt zeker nabij dorpen en woonlocaties aan banden te leggen.

Sjoerd Bonnema vindt dat er een minimale afstand van 200 meter in acht genomen moet worden tussen woonlocaties en erfen en de gewassen waar bestrijdingsmiddelen worden ingezet. ‘Voor nog te veel boeren in onze gemeente geldt: ‘Als ik het ene gif niet meer mag gebruiken ben ik wel genoodzaakt een ander gif te gebruiken’. Waarbij ze vaak ook nog de regels overtreden maar waar bitter weinig op wordt gecontroleerd. Niet voor niets worden bestrijdingsmiddelen in verband gebracht met ziekten als de hersenziekte Parkinson.’

De milieuorganisaties in de buurgemeente Westerveld vroegen in juni bij de Raad van State om een spuitvrije zone van 250 meter rond omliggende woningen en biologische teelten. De gemeente Westerveld stelt dat een algemeen geldende afstand voor spuitzones niet goed in een bestemmingsplan kan worden geregeld. Vooralsnog moet dat volgens die gemeente gebeuren in specifieke vergunningen voor specifieke bedrijven.

Vooralsnog houdt de Raad van State een zone van 50 meter aan. En die kan zelfs worden verkleind als daar goede argumenten voor worden aangevoerd. Maar de milieuorganisaties wijzen op onderzoek van het RIVM waaruit zou blijken dat de spuitnevels een stuk verder terechtkomen dan 50 meter. Het RIVM pleit ook voor vervolgonderzoek.

Negatieve ontwikkeling bij de dorpen

Het draait volgens Bonnema om stimuleren, ingrijpen, vormgeven, handhaven. Hij pleit voor meer educatie en voorlichting aan boeren en de andere bewoners van het platteland. ‘Vergif en lawaaimachines zijn ook voor de gewone consument nog te gemakkelijk te koop.’ Bij de kleine dorpen in Ooststellingwerf en ook aan de rand van grotere dorpen wordt het grotere biodiversiteitsplaatje in de visie van Bonnema volledig uit het oog verloren.

‘Steeds meer grond/ grasland wordt omgezet in gesubsidieerde massaconsumptie aardappelvelden en soms ook bloembollenvelden. Daar worden geen bio-aardappelen of ecobollen op gekweekt. Zonder vooraankondiging gaan de boeren en loonbedrijven los. Tot overmaat van ramp zie ik ook steeds meer spuitactiviteiten op gewoon grasland. Terwijl we bijvoorbeeld toch naar een circulaire land- en tuinbouw en meer biodiversiteit toe willen. Daar blijkt in onze gemeente nog helemaal geen sprake van ondanks de wens van een wat ver weg klinkende ‘biobased economy’. Ik vraag mij af voor wie eigenlijk. Eerder is er sprake van een omgekeerde negatieve ontwikkeling op het platteland en bij de dorpen.’

‘Ik ga voor een leefbaar en gezond platteland. Voor iedereen. Voor alle bewoners en voor alles wat kruipt, vliegt en zwemt. Het kan anders, het moet anders. Veel pioniers ook in de agrarische sector hebben ook in het verleden weerstand geboden aan de zucht naar kwantiteit en schaalvergroting. Zij zijn nu de voorlopers. Geef hen en hun opvolgers de ruimte. In het belang van ons allen. Ik stel dan ook voor dat het college en de raad zich duidelijk uitspreekt voor meer biodiversiteit, leefbaarheid, gezondheid en duurzaamheid voor iedereen en daar ook daden aan verbindt.’