De ijskoude Elfstedentocht van 1997. 'Busladingen vol mensen met Unox-mutsen veranderden Franeker in een soort stadion waar schaatsers luidkeels werden toegeschreeuwd'

Lourens Looijenga (rechts) is heel warm aangekleed. Eigen foto

Het is vandaag 25 jaar geleden dat de (voorlopig) laatste Elfstedentocht werd verreden. Verslaggever Lourens Looijenga uit Noordwolde was er bij. Hij vertelt over zijn ervaringen die dag.

De laatste Elfstedentocht is dinsdag alweer 25 jaar geleden: 4 januari 1997. Het was toen de vijftiende editie van de Tocht der Tochten is. In de historie van de Elfstedentocht heeft het nooit eerder zo lang geduurd, dat de schaatstochtlangs de elf Friese steden kan worden geschaatst. Bij elk beetje vorst is de tocht meteen weer een dankbaar onderwerp voor de media. Je hebt echter tenminste veertien dagen met matige tot strenge nodig en ook overdag moet het blijven vriezen.

Stevige koude

De bekendste weerman Piet Paulusma voorspelde drie weken geleden nog een flinke winter, waarvan een vorstperiode minstens langer dan een week zal duren. Het Duitse weerbureau Kachelmannwetter verwachtte half december dat het in januari gemiddeld zeker tien graden kouder wordt dan normaal. En ook het Nederlandse weer.nl dacht toen dat de kans groot was dat de komende winter behoorlijk koud wordt. “Vanaf half januari verwachten we langdurige periodes van stevige koude”, zei Reinout van den Born van weer.nl. Probleem is wel dat het weer hooguit voor een periode van twee weken te voorspellen is, zo laat het KNMI weten. We willen zo graag, Piet vooral.

Verslaggever

In 1985 hadden we al 22 jaar en 34 dagen moeten wachten sinds de winst van de onlangs overleden held Reinier Paping in 1963. Henk Agenent deed er in 1997 twee minuten langer over dan Evert van Benthem in 1985. Ik heb ze alle drie als verslaggever meegemaakt: in 1985, 1986 en 1997. Ik liep met een microfoon in de hand mee naast Jan Roelof Kruithof, die viel tijdens het klunen in Kimswerd. Hij was niet zo van de tapijten. Drie keer stond ik op of naast de Bonkevaart. In 1985 kwam er vanwege de dooi zoveel water het ijs op, dat je je afvroeg of het nog wel veilig was. Maar als de Koningin daar kon staan vanwege de finish van W.A. van Buren….

Jan Eise Kromkamp

Driemaal stond ik ook in het donker bij de voorpret tussen de hekken in de Frieslandhal. Ik rende zelfs mee naar het ijs. Dat kon nog in 1985 en 1986. Toen draaide mijn verhaal vooral om Jan Eise Kromkamp, onze Stellingwerfse kannibaal. Hij werd 92 e in 1985 en 16 e in 1986, met een scheur in zijn kin na een stevige valpartij in Harlingen. In 1993 werd ie wel tweede op het NK marathon op natuurijs achter Erik Hulzebosch. Die wist later ook wat het was om tweede te worden. Kromkamp eindigde zelfs vier keer als tweede in de vier belangrijkste marathons. Hij zei toen: ‘Dat mag je zielig vinden, maar ik weet nu dat je beter tweede kunt worden dan vierde. Dan spelen ze tenminste nog het Wilhelmus voor je.’

‘It giet oan’

Op 2 januari 1997 zei Henk Kroes de historische woorden: ‘It giet oan’! Samen met 200 andere verslaggevers moest snel een plek worden gevonden in Leeuwarden om van 3 op 4 januari te overnachten. We lagen met een groep mensen van RTV Drenthe ergens in een huiskamer op de vloer, geen idee waar dat geweest is. Ik mocht achterop een motor zitten. Ik had dat wel eens gedaan bij skeeler- en wielerwedstrijden: maar bij een Elfstedentocht? Niet op het ijs hoor, maar met een noodgang van de ene plek naar de ander, zodat ik weer kon vertellen dat ze langskwamen. Dwars door de landerijen rond Franeker en Harlingen. Busladingen vol mensen met Unox-mutsen veranderden Franeker in een soort stadion waar schaatsers luidkeels werden toegeschreeuwd. Het was het mooiste moment op die dag en ik stond er letterlijk middenin.

Achter op de motor

Ja, rustig was het in 1997 niet in Friesland. We waren met twee miljoen bezoekers en nog eens negen miljoen voor de buis. En een klein deel van hen mocht ik dus ook toespreken. Met in de ene hand papieren en de ander een microfoon. Ehhh… vasthouden? Enig idee hoe je dat doet als een motor echt gas geeft in een bocht en je de handen letterlijk vol hebt? Het was niet eens de grootste uitdaging. Het waaide stevig vanuit het noordoosten, met kracht 5 tot 6. En het was -6 graden. Dat leverde windchill-temperaturen op tussen -10 en -15 graden en ongeveer -18 graden tijdens windvlagen. Probeer dan je mond nog maar te bewegen, je klinkt ineens heel raar. Niet dat ik niet voorbereid was: thermisch ondergoed, dikke handschoenen, twee broeken, twee jassen… Ik leek op een Michelin-mannetje. Ik voelde me echter naakt. Ik kreeg in ieder geval een idee hoe de hel van 1963 geweest moest zijn toen het 18 graden vroor.

Piet Kleine

Diep respect voor de deelnemers, maar die bewogen in ieder geval nog. Voor mijn omroep draaide het verhaal om Piet Kleine, die in Hindeloopen vergaten te stempelen. Weg vijfde plek. Kromkamp (17e) kon zijn stempelkaart niet eens vinden en liet daarom in Franeker, Dokkum en Leeuwarden een stempel op de mouw van zijn schaatspak plaatsen. Het pak mocht thuis een dag later vooral niet in de wasmachine vanwege het bewijs. Als rechercheur denk je overal aan. Ik heb die zondag grotendeels doorgebracht in een heet bad. Ik dacht dat ik nooit weer warm zou worden. Toen nam ik me voor de volgende keer voor de TV te zitten….. Laat maar komen dus.

Nieuws

Meest gelezen