Ooststellingwerf staat voor forse investeringen in accommodaties

Zwembad Oosterwolde. FOTO LACO

Gebouwen raken verouderd en kosten voor onderhoud lopen op. Ooststellingwerf staat met al haar 58 accommodaties volgens wethouder Fimke Hijlkema voor grote uitdagingen. Daarbovenop komen de kosten voor verduurzamen. In totaal kost dat alleen al 38 miljoen euro.

‘Om accommodaties toekomstbestendig te maken moeten ter zijner tijd keuzes worden gemaakt’, zo zei wethouder Hijlkema dinsdagavond bij een presentatie aan de gemeenteraad. Het gaat over kosten van scholen, dorpshuizen, maar ook over sporthallen en gymlokalen. De gemeente is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs.

Daaronder valt ook de verplichting om plek te bieden voor bewegingsonderwijs en peuterspeelplaatsen. Gelet op het aantal leerlingen is het er in het onderwijs een overschot in ruimte oplopend tot 24% in 2030. Bezetting van sporthallen en gymlokalen is met zo’n 65% relatief laag. In 2026 loopt een overeenkomst voor sporthallen en zwembad af, (Steegdenhal 2027). Dat is een natuurlijk moment voor verlenging, afstoten of contracteren van een nieuwe exploitant.

Relatief veel gebouwen zijn verzelfstandigd. De meeste gebouwen zijn van voor 1992, maar zijn over het algemeen wel goed onderhouden. De onderhoudskosten lopen vanaf 2030 fors op. De landelijk stelregel is dat je gebouwen van voor 1992 niet hoeft te verduurzamen, omdat die voor 2050 toch wel vervangen worden. Nu zijn er schoolgebouwen die in waarde afgeschreven zijn, maar de gemeente reserveert geen geld voor vervanging. Maar vooral de verduurzaming vergt een forse investering.

Verduurzamen

De gemeente wil immers al veel eerder dan het Rijk in 2030 al Co2-neutraal zijn en dus het eigen vastgoed (zo’n dertig gebouwen) voor die tijd verduurzamen. Om alle onderwijsgebouwen (dus ook sportzalen) Co2-neutraal te maken is 24 miljoen euro nodig. Voor andere gebouwen, zoals de buitensportaccommodaties en buurthuizen, is nog eens 14 miljoen euro nodig. De in totaal benodigde 38 miljoen euro leveren voor de gemeente maximaal 1,5 miljoen aan netto extra jaarlasten op. Daar is dan de energiebesparing al in verrekend, maar dus niet de kosten van eventueel vervangende nieuwbouw.

De gemeente wil nu weten of het mogelijk om accommodaties op een slimmere en efficiëntere manier in te zetten voor haar inwoners. Dit geldt dus niet alleen voor de accommodaties waar de gemeente eigenaar van is, maar ook voor de accommodaties waar de gemeente geen zeggenschap over heeft, maar die wel een maatschappelijk nut dienen of daarvoor inzetbaar zijn. ‘Doel hiervan is te komen tot meer maatschappelijk rendement door een mensgerichte aanpak waarbij de activiteiten centraal staan en niet het vastgoed.’

Politieke keuzes

Samengevat is de voorzichtige conclusie dat zonder aanpassing van het beleid de accommodaties voor de gemeente op termijn onbetaalbaar worden. Er zullen dus scherpe keuzes gemaakt moeten worden in de vierkante meters wil je een hoogwaardig voorzieningenniveau houden. Dus bijvoorbeeld minder scholen? Hoe lang ben je nog van plan om bepaalde gebouwen te blijven gebruiken? De politieke vraag is dus nu wat de basisvoorzieningen zijn die je in een dorp in stand wilt houden. En hoeveel geld heeft de volgende gemeenteraad er voor over. En ga je het dure verduurzamen misschien omzeilen door nieuwbouw? En ben je dan als gemeente dan eigenlijk wel duurzaam bezig…

Nieuws

menu