Trijntje Veensma-De Boer tussen haar poppen.

Liefhebberij: Trijntje en haar tweeduizend ogen

Trijntje Veensma-De Boer tussen haar poppen. Rens Hooyenga

Oosterwolde – Een Big Brother huis. Zo is de woning van Trijntje Veensma-De Boer (85) uit Oosterwolde eigenlijk wel te noemen. Overal waar ze staat, in elk vertrek waar ze komt, wordt ze in de gaten gehouden. Door zo’n tweeduizend ogen wordt ze dagelijks bekeken. Poppen zijn haar grote hobby.

‘Als ik ergens een pop zie die ik nog niet heb, moet er heel wat gebeuren wil ik die niet meenemen’, vertelt de verzamelaar. Duizend heeft ze er wel. En overal scharrelde ze die op. Markten, in de beginjaren. ‘Ik fietste vaak met vriendinnen naar rommelmarkten in Appelscha, Makkinga, Haulerwijk of Bakkeveen. Altijd was ik op zoek naar poppen.’

Fietstassen bomvol

Iets wat resulteerde in een kamer vol poppen, al in 1975. Want na elke markt zaten haar beide fietstassen bomvol. ‘Zolang ze maar niet vies of kapot zijn, dan vind ik ze al gauw mooi.’ In alle soorten en maten heeft ze ze inmiddels en in allerlei materialen: hout, stof, glas, metaal, maar ook zeker in steen en porselein. Genoeg heeft ze er nooit, ‘want ze passen overal’. ‘Zolang ze maar allemaal van elkaar verschillen.’ Er is altijd nog wel een plekje te vinden in de hal, woonkamer, keuken, slaapkamer, op de trap of in het toilet. Ja, daar staat er ook één. ‘Die staat permanent te urineren. Trijntje vindt het gezellig, al die popjes met vooral vrolijke gezichtjes.

Lopen

Op de vraag wanneer ze is gestart met haar hobby, weet ze geen antwoord. ‘Het koppie wordt wat minder’, zegt ze. ‘En fietsen doe ik ook niet meer. Ik ga niet meer naar markten. Maar in plaats daarvan maak ik lopend een rondje door Oosterwolde. Ik loop vanuit mijn woning langs alle kringloopwinkels in het centrum en ga dan weer naar huis. Ik ben er zo een uurtje zoet mee. Dan ben ik er weer even uit geweest.’ Het liefst maakt ze dagelijks een ronde. ‘Vaak kom ik met twee of drie poppen weer thuis en als er een tijdje niks te vinden is, ga ik langs andere winkels in het centrum.’ Maar nu vanwege de coronacrisis lukt dat niet. ‘De lockdown is voor mij een regelrechte ramp. De winkels zijn gesloten, ‘de muren komen op me af’. ‘Ik mis het doel van mijn ronde. Ik hoop dat alles snel weer open mag, ook al is deze lockdown erg goed voor de portemonnee.’

Gezellig

En gelukkig heeft ze veel gezelschap in huis, de reden waarom ze met haar collectie begon. ‘Het maakt het gezellig in huis. Mijn man is op jonge leeftijd overleden. De clowntjes, kabouters, kerstman, barbies, heksen, Betty Boob, matroesjka’s, allemaal zorgen ze ervoor dat ik mij wat minder eenzaam voel op momenten.’ Namen gaf ze ook aan enkele poppen. Die hebben dan onder hun truitje een naampje opgeplakt gekregen, ‘maar welke dat precies zijn weet ik niet meer’. ‘Kom ik wel weer een keer tegen.’

Kinderen – ze heeft er vier – halen Trijntje soms op om wat andere kringloopwinkels af te struinen. ‘Zelf hebben ze er weinig mee hoor, maar ze doen het voor mij. We gaan dan naar Assen of Groningen of een andere winkel, één die ik nog niet van binnen gezien heb. Dan ben ik zo twee uren zoet.’

Cadeau

Speciaal noemt ze de poppen die van haar zus zijn geweest of van haar kinderen. ‘Die hebben ze mij allemaal cadeau gedaan.’ Als voorbeeld noemt ze de pop die haar zoon Marcel bijvoorbeeld van zijn eerste zakgeld kocht. ‘Dat is toch bijzonder?’ En haar kleinkinderen zijn ook helemaal enthousiast over de hobby. Ze kopen poppen niet voor zichzelf, maar voor ‘oma’.