Drie fracties lopen weg uit raadsvergadering: 'een circus dat nergens toe leidt'

Drie raadsfracties zijn donderdagmiddag weggelopen uit een extra raadsvergadering. De gemeenteraad staat voor de moeilijke afweging hoe de komende jaren de voorspelde tekorten op de begroting worden opgevangen.

Jenny Dolsma en Wolter Slager van Wij Lokaal stappen op.

Jenny Dolsma en Wolter Slager van Wij Lokaal stappen op. Lourens Looijenga

Er ligt een pakket van 43 voorstellen op tafel, deels niet alleen om te besparen, maar ook om bijvoorbeeld wel geld te geven voor een aantal sportvoorzieningen. Dat bracht diverse fracties in een moeilijk pakket. Want het voorstel is om in te stemmen met alle plannen, of om tegen het hele pakket te stemmen. Ben je tegen de OZB-verhoging en stem je om die reden tegen het hele pakket, dan stem je dus ook tegen het aanpassen en uitbreiden van kleedaccommodatie van SV Oosterwolde. Marcel Moes (StellingwerfPLUS): ‘In die chantage gaan we niet in mee.’

Democratisch recht uitoefenen

Vanuit de oppositie werd daarom een poging gedaan om alle 43 voorstelen afzonderlijk in stemming te brengen. Dat procedurevoorstel strandde aan het begin van de vergadering met 11 tegen 8 stemmen. De fractie Ter Heide, StellingwerfPLUS en Wij Lokaal besloten daarop om de bespreking van de voorstellen niet meer bij te wonen. Vier raadsleden verlieten voor de behandeling van dit agendapunt tot spijt van de burgemeester de raadszaal. ‘Jammer, triest en een slechte ontwikkeling’, zo zei Henk Dongstra van Ooststellingwerfs Belang. ‘Je loopt zo voor je verantwoordelijkheid weg.’ Wolter Slager (Wij Lokaal): ‘We kunnen zo ons democratisch recht niet uitoefenen.’ Eerder had Simon ter Heide al tevergeefs voorgesteld om het hele voorstel maar van de agenda te halen. De noodzaak om nu al ingrijpende besluiten te nemen voor de komende jaren ontbreekt volgens hem. Ter Heide: ‘Deze hele vergadering is een circus dat nergens toe leidt. Het is paniekvoetbal.’

Wachten

Ter Heide werd daarin gesteund door inspreker oud-wethouder Sietse Derks. ‘Dat besluit kan best nog een jaar of twee wachten wanneer er wat meer zicht is op de effecten van de coronacrisis en op de Rijks- en gemeentefinanciën. Over twee jaar weten we ook meer over de impact van de crisis op de financiën van onze inwoners en onze bedrijven. Waarom dan nu over jullie graf heen regeren met deze lastenverhogingen? Ik begrijp het niet, de CCO begrijpt het niet, gegeven de brief die ze gestuurd hebben en ook Jan met de Pet op het voetbalveld volgt dit al helemaal niet meer. Misschien komt het door COVID, maar het lijkt erop dat we even zijn vergeten waarom wij hier zitten.’

Kaderbrief

Diverse fracties waren daarom ook tegen het vaststellen van de zogenaamde ‘kaderbrief’ als uitgangspunt voor het opstellen van de volgende begroting, die in november bij de raad op tafel ligt. ‘De financiële situatie is op dit moment heel onzeker. Er is een gerede kans dat deze uitgangspunten nog wijzigen en dus formeel gezien niet juist om als uitgangspunt te nemen voor het opstellen van de begroting van 2022.’ De ChristenUnie, Wij Lokaal en de ChristenUnie wilden het document daarom slechts ter kennisgeving aannemen. Dat voorstel werd met 11 tegen 9 stemmen verworpen. Herman Zwart (CDA): ‘Er zijn tekorten in de meerjarenbegrotingen, is het dan niet onze taak om op te treden?’

Extra geld jeugdzorg

Wethouder Marcel Bos beaamden dat er nog veel financiële onduidelijkheid is over alle risico’s en onzekerheden, maar een begroting moet nu eenmaal opgesteld worden op basis van bepaalde financiële uitgangspunten. Zelfs als ze misschien al deels achterhaald zijn. De wethouder had bijvoorbeeld nieuws over extra geld voor jeugdzorg. Deze week de regering een brief gepubliceerd met de verdeelwijze voor de incidentele middelen voor jeugdzorg in 2022. Het gaat om ruim 1,3 miljard naar de verschillende gemeenten. Op basis hiervan ontvangt Ooststellingwerf in 2022 incidenteel € 2.056.575 extra. Bos: ‘Dit komt overeen met de inschatting die we hier zelf van hadden gemaakt. Helaas geeft deze brief geen helderheid over of we deze middelen als structureel mogen beschouwen. Dit brengt dus geen verandering in het meerjarenperspectief.’