Column: Natuur door de ogen van de boswachters

In de Rottige Meente. Eigen foto

Boswachters van Staatsbosbeheer Manon van Wesel en Paula Swinkels schrijven elke maand beurtelings een column in de Nieuwe Ooststellingwerver en de Stellingwerf. Zij nemen de lezer in korte verhalen mee op ontdekkingstocht door de natuur van Oost- en Weststellingwerf.

Deze week is het de beurt aan Paula Swinkels, maar eerst vertellen de boswachter kort over hun passie voor de natuur.

Manon van Wesel: ‘Je kan je verbazen over de verschillende landschappen die zich in zuidoost Fryslân door de eeuwen heen hebben gevormd. De soortenrijkdom die hier te vinden is door de grote variatie aan natuur. De magie van de plantjes en de beestje die zich in deze wereld verschuilen en er haast buitenaards uit zien. Ik heb het over vogels, vlinders, libellen, kevers, reptielen, orchideeën, paddenstoelen en ga zo maar door. Sommige soorten hebben dan ook nog eens magische namen zoals de dagpauwoog, grauwe klauwier en sierlijke witsnuitlibel.

Paula Swinkels: ‘Ik ben de hele wereld over gereisd, maar de provincie waar ik vandaan kom kende ik eigenlijk helemaal nog niet zo goed. Het is vooral de diversiteit in de landschappen die mij het meest verrast heeft. Dat je van de moerassen in het westen naar de bossen in het oosten kan rijden en daar tussenin nog zoveel meer prachtige natuurparels tegenkomt. Onderweg ben ik al een hoop mooie gebieden tegen gekomen, maar ook zeker een hoop interessante mensen.’


Sporen

Een van mijn favoriete bezigheden tijdens wandelingen in het veld is spoorzoeken. De natuur heeft zoveel geheimen en geeft deze maar spaarzaam prijs. Maar als je echt goed leert kijken kan je toch een hele hoop ontdekken, al heb je hier soms ook een goede dosis fantasie bij nodig.

Wanneer je een wandeling maakt door de Rottige Meente kan je een hele hoop sporen tegenkomen, de één heel duidelijk, de ander alleen door een geoefend oog te vinden.

Sporen die je over het algemeen makkelijk kan vinden zijn veren van vogels. Ik spring een gat in de lucht als ik zo’n prachtige grote slagpen van een kerkuil vind, mooi om te bewaren! Maar als je bijvoorbeeld een zogenaamde plukplaats vindt moet je zelf toch even beter speuren om het verhaal in elkaar te puzzelen. Vind je veel veren bij elkaar dan is daar een vogel aan zijn einde gekomen, maar wie is de dader? Dat is vaak lastig te achterhalen, kijk vooral eens goed naar de uiteinden van de losse veren. Zijn deze nog intact? Dan zijn ze uitgeplukt en is de dader waarschijnlijk een roofvogel zoals een buizerd of een havik. Zijn de uiteinden van de veren schuin afgescheurd? Grote kans dat je te maken hebt met de vos die de veren afbijt in plaats van netjes uittrekt.

Kenmerkende sporen voor de Rottige Meente zijn toch wel die van de otter. Otters gebruiken vaak dezelfde paadjes over het land, wissels noemen we deze. Je vindt wissels vaak wanneer je in de hoekjes van de oever kijkt, zie je hier een ‘glijbaan’ het water in gaan? Kijk dan eens of je op de oever aan de andere kant van het pad nog zo’n glijbaantje ziet. Vaak vind je op de rand van deze glijbaantjes ook de zogenaamde spraints van de otter, oftewel de poep. Deze zijn zo’n 10 tot 15 mm dik en 2 tot 10 cm lang, vaak zwart tot grijsachtig van kleur. Als je er goed naar kijkt zie je dat er vissengraatjes en schubben in zitten, het hoofdmaal van de otter is namelijk vis.

Ook hebben ze een kenmerkende geur, omdat de otters hun spraints gebruiken om met elkaar te communiceren leggen ze deze graag op een opvallende plek. Ze zeggen dan dingen als: ‘Dit is mijn territorium, wegwezen! Tenzij je een leuk vrouwtje bent, dan mag je blijven...’.

Maar een nog typerender spoor voor de Rottige Meente zijn toch wel de sporen die de mens er in de loop der tijd achter heeft gelaten. Wanneer je het gebied van bovenaf bekijkt snap je precies wat ik bedoel. Het is een mozaïek van land en water, trekgaten en ribben, cultuurhistorie ten top. Met een beetje fantasie zie je de veenarbeiders nog voor de oude huisjes staan. Wij doen ons best om ook deze oude menselijke sporen in stand te houden. Door deze bijzondere structuren te beschermen behouden we dit unieke gebied. En wat betreft de mensen die zich vandaag de dag in het gebied bevinden, die drukken we op het hart: ‘Neem niks behalve foto’s, laat niks achter behalve voetsporen’.

Paula Swinkels

Nieuws

menu