Advocaat: OM had telefoonverkeer kringloopcrimi's Oosterwolde niet zomaar 1,5 jaar mogen volgen

Volgens het Openbaar Ministerie was Kringloophal Oosterwolde het hoofdkantoor van een internationaal opererende bende in wapenhandel. FOTO DE VRIES MEDIA

Het Openbaar Ministerie had het telefoonverkeer en de locaties van de hoofdverdachten in de zaak van de ‘kringloopcrimi’s’ niet zomaar anderhalf jaar mogen volgen, stelde advocaat Pieter Paul van Rhijn vrijdag in de rechtbank.

De raadsman van de 34-jarige hoofdverdachte uit Groningen, oorspronkelijk afkomstig uit Slovenië, verwees naar een vonnis van het Europese Hof van Justitie van 2 maart, dat bij een dergelijk zwaar opsporingsmiddel - ook met het oog op de privacy van verdachten - als voorwaarde stelt dat een onafhankelijke rechter toestemming geeft.

Nu dit in deze zaak niet is gebeurd, moet het Openbaar Ministerie vanwege deze vormfout niet ontvankelijk worden verklaard, stelde Van Rhijn. ,,Dit is niet volgens de regels der kunsten.’’ In ieder geval moet de zo verkregen informatie volgens hem worden uitgesloten van de bewijsvoering. Van Rhijn stelde bovendien dat het OM erg selectief was en gedreven door tunnelvisie bij de selectie uit de afgetapte gesprekken.

De Groninger was een van de veertien verdachten die op 27 januari vorig jaar werden aangehouden in verband met onder meer grootschalige wapenhandel vanuit een kringloopwinkel in Oosterwolde.

Van Rhijn vindt dat zijn cliënt op de meeste punten – waaronder internationale wapenhandel, uitbuiting en deelname aan een criminele organisatie – moet worden vrijgesproken. Van een criminele organisatie was, aldus Van Rhijn helemaal geen sprake en ook niet van een leidinggevende functie. ,,In feite deed iedereen maar wat.’’

Uitspraak: 29 juli

Nieuws

Meest gelezen