Prins boeit met Molukse historie

Oosterwolde - Op de lezing over ‘Molukse en Nederlandse klasgenoten in de jaren zestig’ van Baukje Prins in de bibliotheek van Oosterwolde kwamen zaterdagmiddag zo'n vijftig bezoekers af.

Molukse lekkernijen

De lezing werd afgewisseld met Molukse muziek. Ook werden er Molukse lekkernijen geserveerd.
De middag - lezing en randprogramma - was een gezamenlijk initiatief van de bibliotheek en de Historische Vereniging Oosterwolde e.o.

Wat was er veel goede wil over en weer, toen in april 1951 zo’n vierhonderd Molukse - toen Ambonezen genoemd - mannen, vrouwen en kinderen naar Oosterwolde kwamen. De Ambonese gemeenschap, of in elk geval haar vertegenwoordigers, toonde zich dankbaar voor de geboden gastvrijheid; de Stellingwerfse bevolking, in ieder geval de bestuurlijke en maatschappelijke elite, liep over van warme gevoelens.

'Onze Amboneesjes'

Burgemeestersvrouw Bontekoe, voorzitster van het ontvangstcomité, schreef in haar dagboek: ‘Wat worden onze Amboneesjes ons dierbaar, en wat is het een fijn, beschaafd volk!’

Baukje Prins, auteur van 'Gemengde gevoelens. Molukse en Nederlandse klasgenoten in de jaren zestig', vertelt geanimeerd, met een twinkeling in haar ogen, over de eerste ontmoetingen tussen de Ambonese nieuwkomers en nieuwsgierige Oosterwoldigers. Ze vertelt meer. Onder meer over de kolonisatie van Ambon door de Nederlanden, als wingewest. Ze trekt een parallel naar de Stellingwerver veenarbeiders, beide bevolkingsgroepen in haar ogen gekoloniseerden.

Beeld kantelt in de jaren '70

Het beeld van die ‘dierbare, fijne en beschaafde’ dorpsgenoten -  de eerste jaren woonachtig in de kampen Oranje en Ybenheer, nabij Fochteloo, later verhuisd naar een wijk in Oosterwolde - kantelt in de jaren rondom 1970. De gehele Nederlandse samenleving radicaliseert en aan de poten van gezag wordt gezaagd.

Molukse jongeren - Ambonezen worden nu Zuid-Molukkers genoemd - gaan, met een rode band om hun heetgeblakerde hoofden en gewapend met RMS-vlaggen, de straat op, ook in Oosterwolde. In jeugdsociëteit Harambe in Appelscha wordt er geknokt tussen Molukse en Nederlandse jongeren, de ME komt er aan te pas om de orde te herstellen. ‘Wij hebben ook een black power, de black power van de RMS! Met zo’n vuist. Ik wist niet wat het voorstelde, maar het ging wel om de kracht!’

Treinkapingen

Ten tijde van de treinkapingen midden jaren zeventig was de spanning in de straten van Oosterwolde te voelen. En dan doet zich ook nog een kerkscheuring (‘typisch Nederlands!’, vindt Baukje Prins) voor. De scheuring vindt plaats langs de politieke lijnen van de gematigde en meer radicale benadering van de sluimerende wens tot de oprichting van een eigen republiek op de Molukken.

Zowel op politiek als op kerkelijk vlak is er de laatste twee decennia sprake van een zekere ‘pacificatie.’