Baukje Prins (57) schrijft boek over klasgenoten

Fochteloo - Het werd in een zesregelig berichtje in de De Nieuwe Ooststellingwerver gemeld: ‘zestien Ambonese militairen met hun gezinnen komen naar Ooststellingwerf.’

Het was hier in 1951 de eerste officiële berichtgeving over de komst van in totaal vierhonderd Molukse mannen, vrouwen en kinderen. Ze kwamen terecht in de voormalige werkkampen Oranje en Ybenheer in Fochteloo. Baukje Prins schreef naar aanleiding van deze gebeurtenis een bijzonder boek: ‘Gemengde gevoelens’. Ze heeft hierin de levensverhalen opgetekend van haar Molukse en Nederlandse klasgenoten.

Grootste gemengde school

De oud-inwoonster van Oosterwolde zat begin jaren zestig op de school voor christelijk onderwijs aan de Rijweg. De basisschool van meester Hoogeveen groeide door de komst van de Molukkers in die jaren uit tot de grootste gemengde school van Nederland.

'Is dat nou goed voor ons geweest?'

Prins is tegenwoordig filosoof en lector Burgerschap en Diversiteit aan De Haagse Hogeschool. In de jaren negentig werkte ze aan een proefstuk over de multiculturele samenleving. Op dat moment werd er hevig gediscussieerd over de problematiek van de zwarte scholen. Gemengde scholen zouden beter zijn. ‘Ik bedacht mij dat ik eigenlijk ook op een gemengde school heb gezeten. Is dat nou goed voor ons geweest? Staan wij als oud-leerlingen positiever tegenover etnische diversiteit?’

Dagen in gemeentearchief

Ze besloot er een boek aan te wijden. Van de 48 kinderen van wie ze zich herinnerde ooit mee in de klas te hebben gezeten, bleken er drie te zijn overleden. ‘Ik heb dus 45 oud-klasgenoten aangeschreven met de vraag of ik ze mocht interviewen voor mijn boek. Daarvan hebben er 35 positief gereageerd.’ In maart 2001 vond het eerste vraaggesprek met een oud-klasgenoot plaats. Daarnaast bracht ze dagen door in het gemeentearchief. ‘De gesprekken zelf riepen minsten zoveel vragen op als ze beantwoordden; over historische ontwikkelingen op de Molukken en in de Stellingwerven, het onderwijs in de jaren zestig, de politieke radicalisering in de jaren zeventig enzovoort.’

Studies over etnische identiteit

Dus sprak Prins ook met oud-leerkrachten, las studies over etnische identiteit, dook archieven in op zoek naar oude schoolboekjes, krantenberichten en ambtelijke nota’s. Een lang traject, maar nu, ruim tien jaar na het eerste gesprek, ligt het prachtig geschreven boek ‘Gemengde gevoelens - Molukse en Nederlandse klasgenoten in de jaren zestig’ in de winkels.

Voor meester Hoogeveen was elk kind gelijk

‘Ik geloof niet dat het veel heeft uitgemaakt dat wij op een gemengde school hebben gezeten’, concludeert Prins. In het boek is te lezen dat verschillende klasgenoten zich herinneren dat ze op school geleerd werd dat ze elkaar niet mochten beoordelen op grond van uiterlijke kenmerken. Voor meester Hoogeveen was elk kind gelijk.

Gevoelens van ongemak

Volgens Prins wordt de manier waarop wij denken over verschillen in etniciteit en cultuur echter vooral door het thuisfront bepaald. ‘Veel Nederlandse klasgenoten gaven in de interviews uitdrukking aan gevoelens van ongemak over de komst van immigranten en asielzoekers. Zo lang dat een niet al te grote impact op hun eigen leven heeft, hebben ze niet echt bezwaren tegen hun aanwezigheid. Slechts een enkeling bleek van jongs af aan nieuwsgierig te zijn naar mensen die ‘anders’ zijn dan zijzelf, een behoorlijk contrast met de kleine groep die juist veel wantrouwen koestert tegenover ‘buitenlanders’. Tegelijkertijd verzekerden veel Nederlandse klasgenoten mij dat Molukkers voor hen geen ‘allochtonen’ of ‘buitenlanders’ zijn, maar gewoon bij ‘ons’ horen. Als een Molukse klasgenoot het over ‘wij’ heeft, gaat het echter over het Molukse volk, Molukkers in Nederland of een kampong op de Molukken, maar nooit over ‘wij Nederlanders.’

'Altijd veel contact gehouden'

Het boek is in De Miente in Oosterwolde gepresenteerd. Nora Looman-Sapulette mocht uit handen van Prins het eerste exemplaar in ontvangst nemen. ‘Zij was een klasgenoot waar ik vroeger veel mee om ging. We hebben altijd contact gehouden.’ Op de cover van het boek prijkt een prachtige oude foto van het tweetal.