Hoe houden we de jeugd hier?

Oosterwolde - Ooststellingwerf dreigt te vergrijzen. Jongeren vertrekken massaal naar de steden. Het wordt tijd om eens kritisch te kijken naar wat onze jeugd nou eigenlijk verlangt van een woon- en werkplek.

Hoe houden we de jeugd in Ooststellingwerf? Is dit verlangen überhaupt haalbaar?

In de reportage `Proost op…' staan de komende weken verslagen van gesprekken met de jeugd over onze dorpen. Hoe ziet de jeugd hun dorp over 10 jaar? Het Centraal Bureau van de Statistiek voorspelt een krimp van 7,5 % als het gaat om de bevolking in Ooststellingwerf. Het Interdisciplinair Demografisch Instituut voorspelde in een rapport, dat de grijze druk, het aantal 65-plussers tegenover de beroepsbevolking, in 2025 met 45% toegenomen zal zijn. Dit alles heeft natuurlijk, naast de digitalisering, invloed op onze voorzieningen. Het is van belang om jongeren hier te houden om op lange termijn basisscholen, sportclubs en andere lokale voorzieningen te kunnen waarborgen. Ook wethouder Engbert van Esch, belast met het jeugdbeleid, maakt zich daar zorgen over. `Er moeten veel stroomstoringen komen willen we deze trend omkeren', grapt hij.
 

Om de problemen en het toekomstbeeld van de jeugd in beeld te brengen, komen met regelmaat in deze krant gesprekken die Tieneke Clevering voert met drie jongeren uit één van de dertien dorpen. Ook op onze site nieuweooststellingwerver.nl krijgt `Proost Op...' de ruimte. De hoofdvraag zal zijn: `Hoe ziet jouw leven er over 10 jaar uit?' Naar aanleiding daarvan zullen er discussies op gang komen over wat er in de leefomgeving gezocht wordt: `Woon je nog in Ooststellingwerf of zal er iets moeten veranderen om jou hier te houden?' Samen met wethouder Van Esch zijn discussiepunten opgesteld over bijvoorbeeld starterswoningen en betrokkenheid. Heeft de jeugd behoefte aan een nieuwbouwwoning of trekt een oud boerderijtje dat opgeknapt moet worden hen meer? Zou je een bijdrage willen leveren aan een dorpsbelang om zo te werken aan sociale controle? Vind je dat dorpen meer moeten samenwerken om bijvoorbeeld sportclubs in stand te houden of moeten ze autonoom blijven en doorgaan tot het bittere einde? Hoe belangrijk vind je snel internet? Hoe toegankelijk zijn bestuursorganen? De onderwerpen van deze gesprekken worden erg uiteenlopend en herkenbaar.
 

De gesprekken met de jeugd voert Tieneke Clevering in een plaatselijke kroeg. De gesprekken worden ingeluid met een proost. Bijvoorbeeld `Proost op Fochteloo!', waarna een discussie wordt gevoerd over de toekomst. Hiervoor zijn drie of meer jongeren uit ieder dorp uit Ooststellingwerf nodig. Bij voorkeur jongeren die momenteel studeren aan het MBO/HBO/WO of al werken. Thuis- en uitwonend, jong en oud, man en vrouw. Wethouder Van Esch stelt dat het belangrijk is om niet alleen jonge mensen aan te trekken, maar ook om de ouderen te koesteren. `De ouderen van tegenwoordig zijn de ouderen van vroeger niet meer.' Hij noemt vergrijzing dan ook geen vergrijzing maar `Zilverenkracht'. De oudere is tegenwoordig veel flexibeler, doet veel vrijwilligerswerk, past op kleinkinderen en is daarmee een belangrijke factor. Ook vertelt de wethouder dat zijn kinderen niet terug zullen komen naar het landelijke Ooststellingwerf. `Mijn kinderen hebben het over het buitenland of dat ze in Groningen helemaal gesetteld zijn.'