NiekHoort
Door Niek van der Oord

Column: Schaatsen is aan mij niet besteed

Soms moet een mens toegeven dat hij iets niet kan. Hoe graag hij of zij dat ook zou willen. Dat heb ik helaas met schaatsen.

Het recente weekje wintersport in eigen land kwam in deze voor velen sombere coronatijd precies op het juiste moment. Even waren de sombere gevoelens weg en trok bijna iedereen letterlijk en figuurlijk goedgemutst naar buiten. Eerst was het genieten in de sneeuw, daarna was het ijs betrouwbaar genoeg om te schaatsen.

Een verstild Hollands landschap van Nederlandse meesters

 Dat leverde fraaie beelden op. Sommige locaties zagen er uit als een verstild Hollands landschap dat door Nederlandse meesters in een ver verleden was geschilderd.

De oudere lezer staat de barre winter van 1979 ongetwijfeld nog voor de bril. Door de wind ontstonden hoge sneeuwduinen, waren veel wegen onbegaanbaar en raakten afgelegen huizen geïsoleerd. Zo erg werd het deze keer niet. Voor veel jeugd was het wel de eerste kennismaking met flinke winterse omstandigheden.

Mijn eerste herinneringen aan een strenge winter met veel natuurijs en bergen sneeuw dateert uit 1963. Als kind was ik bij een vriendje thuis. Iedereen zat gekluisterd aan de buis om de Elfstedentocht van dat jaar te volgen. Uiteraard waren het destijds nog zwartwit-beelden. Door de vele sneeuw had een kleurenuitzending weinig toegevoegd. We zagen de die dag ongenaakbare Reinier Paping uit Ommen de tocht der tochten op zijn naam schrijven.

Reinier Paping wordt 90 jaar

Morgen (18 februari) wordt Paping 90 jaar. Hij oogde deze week op de televisie nog erg kwiek. Paping is de oudste nog levende winnaar van de Elfstedentocht. Ik heb hem nooit in het echt zien rijden. Zijn opvolger Evert van Benthem in 1985 wel.

Als verslaggever volgde ik de Elfstedentocht en genoot met volle teugen van het sportieve spektakel. Het ging ons vooral om de Stellingwerfse deelnemers. In de wedstrijd was dat Jan Eise Kromkamp, die net buiten de toptien eindigde. Bij de recreatierijders deden talrijke rijders uit Oost- en Weststellingwerf mee. De pittoreske beelden bij een stop in Hindelopen vergeet ik nooit meer.

Jammer dat schaatsen niet lukt

Dichterbij huis was ik voor de krant ook bij de vermaarde Sterrit die in Weststellingwerf werd verreden. Koek en zopie langs het ijs en de onverzettelijke deelnemers die de kou trotseerden maakten grote indruk. Wat vond ik het op zulke momenten toch jammer zelf niet te kunnen schaatsen. Ooit op mijn lagere school waren er wedstijden. Op Friese doorlopers kwam ik nog best hard vooruit.

Met schaatsen had het helaas niets te maken. Het was lopen op ijs, met de houten schaatsen hinderlijk in de weg zittend. Toen onze kinderen de leeftijd hadden om de ijzers onder te binden en bij ons in de buurt daadwerkelijk geschaatst kon worden,  dacht ik nu of nooit. Op geleende (en te grote) noren waagde ik me achter een stoel op het ijs.

Tot hilariteit van de buurt

Dat tot hilariteit van de buurt. Na uren intensief oefenen en veel spierpijn in de benen, dacht ik het aardig onder de knie te hebben. Mijn vrouw maakte van mijn verrichtingen een filmpje dat ik ’s avonds trots aan de kinderen wilde tonen. Het leek op slapstick. Gelukkig bestonden er geen sociale media en waren sites als Dumpert en Geen Stijl nog ondenkbaar.

Anders waren de beelden misschien wel viraal gegaan. Sinds die keer heb ik het nooit meer geprobeerd. Helaas, schaatsen is aan mij niet besteed.