Overpeinzing
Door de Stellingwerver kerkgemeenschap

Aangezicht

In de supermarkt lopen gemaskerde schimmen. Ik herken niemand. Dan bots ik bijna tegen een vrouw op. Ik zie de ogen en nu herken ik haar. We tillen even onze mondkapjes op en glimlachen naar elkaar. Masker of niet, gekend maakt kennelijk herkenbaar. Het is goed iemand in het gezicht te mogen zien, dat voelt veilig.

Van aangezicht tot aangezicht.

Hoe lang missen wij de kerkdienst nu al niet en vooral de zegen, met uitgestrekte handen over ons heen, veilige uitzending de zondag en de nieuwe week in. Ik houd van de hogepriesterlijke zegen uit het Oude Testament (Num. 6: 24-26), woorden van Aaron, een oproep tot God:
De Here zegene u en Hij behoede u
De Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig
De Here verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede

Zelfs toen de kunst van het schrijven nog niet was uitgevonden, zelfs toen al spraken priesters deze zegen uit. Met geheven handen, uitgestrekt over hun nomadenvolk. In de onmetelijke woestijn. Nomaden. Tegen de zandstormen bedekken ze hun aangezicht met hun hoofddoeken, die ze nu, omwille van de zegen, weghalen voor hun gezicht. Even maar, om God te zien van aangezicht tot aangezicht.

Ik heb me vaak afgevraagd waarom in zo’n korte zegenbede het woord ‘aangezicht’ tweemaal voorkomt. Ik dacht: misschien wordt God gezien als het zonlicht dat langzaam boven de horizon verschijnt. Eerst een stukje, als een gezicht dat over de kim gluurt en dan voluit. Dan tilt Hij zijn gezicht op en zien wij hem helemaal. God ziet ons, wij zijn veilig.

Wij staan in een woestijn, het zijn geen zandstormen die ons teisteren, het zijn virusstormen en we houden onze mondkapjes voor ons gezicht. Alleen de ogen zijn zichtbaar.

Stel nu eens dat God ook een mondkapje zou dragen. Dat Hij niet zijn hele aangezicht zou verheffen, maar een gemaskerd aangezicht. Dan zouden wij hem nog herkennen aan zijn ogen, als een gemaskerde die je eerder hebt gezien. Als een bekende in de supermarkt.
He, kijk, God, ik herken zijn gezicht. Wat een veilig, genadig, vredig gevoel.

Afra Wamsteker, Protestantse Gemeente Olde- en Nijeberkoop