‘Ik ben man van kracht en duels’

Boy Vledder (26) is al jaren een vaste kracht in het eerste elftal van FC Wolvega. De centrale verdediger spreekt geen hoge verwachtingen voor het komende seizoen uit. Hij wil maar één ding: meer wedstrijden winnen dan verliezen.

‘Het afgelopen jaar verloren we vaker dan dat we wonnen. Dat moet anders’, zegt Vledder die moet lachen om het hoge verwachtingspatroon van veel spelers, bestuursleden en trainers aan de vooravond van een nieuw voetbaljaar. ‘Iedereen roept dan maar wat. Een periodetitel is wel het minste en een kampioenschap moet als het wat meezit, ook haalbaar zijn. Ik doe zulke uitspraken niet’, lacht de leraar economie en wiskunde aan de Bonifatius mavo in Emmeloord.

Vledder studeerde af in bedrijfskunde, maar stapte direct na deze studie over naar het onderwijs om economie te geven. Tegenwoordig combineert hij dat met wiskunde, waarvoor hij de bevoegdheid nog moet halen. ‘Ik geef vier dagen in de week les en ga een dag naar Groningen voor mijn studie wiskunde. ‘Druk, maar leuk,’ zegt Vledder die van orde in de klas houdt. ‘Leerlingen hebben orde en structuur nodig op school. Ik ben niet zo van doe maar wat’.

Het drukke weekprogramma geeft nog ruimte om in de hoofdmacht van FC Wolvega te acteren, al schiet trainen er soms bij in. ‘Ik train vaak maar een keer per week. Maar onze nieuwe trainer Friso Bakker heeft daar begrip voor. Alleen als een ander beter is, zal hij mij uit het elftal zetten.’ In zijn huidige vorm is Vledder zo goed als zeker van een vaste plaats. ‘Ik zou me zelf ook opstellen. Maar een andere keuze van de trainer zal ik accepteren’, zegt Vledder die samenwoont met zijn vriendin Anika en graag muziekfestivals bezoekt. Door de coronaperikelen zit het laatste er de komende tijd niet in. Vledder hoopt dat de voetbalcompetitie wel een normaal verloop kent.

 

Lange benen

De boomlange Vledder begon als vijfjarige bij FC Wolvega zijn voetballoopbaan en speelde altijd in de standaardteams. Dat kwam niet door zijn talent. ‘Ik was niet zo’n geweldige ster, maar was de langste in mijn leeftijdsklasse en kon door mijn lange benen hard lopen. Ik stond daarom rechtsbuiten.’ Jeugdtrainer Ferdinand Bijma zorgde voor de ommekeer en zette Vledder bij de B-junioren in de achterhoede. Het werd nooit weer anders.

Het debuut in de hoofdmacht van de zondagafdeling van de paarshemden maakte Vledder als zeventienjarige. ‘We waren als A-juniorenteam doorgeschoven naar de senioren om het tweede elftal te redden. Eigenlijk te idioot voor woorden, maar het bestuur besliste. Ik mocht toen een paar keer invallen in het eerste.’ Vledder kijkt met weinig plezier op deze periode terug. ‘Ze trokken overal spelers vandaan om het tweede op de been te houden. Er speelde zelfs iemand met een enkelband mee.’ Het tweede elftal redde het echter niet en verdween wegens te weinig spelers van het toneel.

 

MSC

In 2016 stapte Vledder over naar MSC. ‘Ik zat bij Wolvega in het eerste op de zondag, maar wilde het eens ergens anders proberen.’ Dat was overigens niet de enige reden om naar Meppel te verkassen. ‘Ik was het zat bij Wolvega. Het was er een grote puinhoop.’ Een jaar later keerde Vledder, die bij MSC geen vaste kracht van de hoofdmacht werd, terug.

FC Wolvega had in die tijd een nieuw bestuur met Germ Jan de Jong als voorzitter. Het prestatieve voetbal op zondag was ter ziele gegaan en er werd ingezet op de zaterdag. Veel naar andere clubs vertrokken Wolvegaster spelers kwamen terug naar Molenwiek en Leon Pereboom, Lieuwe Oosterling en Anne Faro maakten de overstap binnen de club. ‘De overige spelers van de zondag kwamen van buiten en verdwenen als sneeuw voor de zon’, verduidelijkt Vledder de toenmalige situatie. Tegenwoordig speelt FC Wolvega met eigen spelers en is het aantrekken van ‘buitenlanders’ verleden tijd.

 ‘Er moeten nooit weer spelers van andere verenigingen binnengehaald worden. Het maakt een club kapot en kost handenvol geld. Besteed het maar aan de jeugd.’ Over het bestuur is hij dik tevreden. ‘Het gaat prima met de vereniging. Het bestuur haalt veel subsidies binnen en zorgt voor verbeteringen. Het nieuwe kunstgrasveld is ideaal. Ik snap niet dat het vorige bestuur nooit innoveerde.’

 

Slechte start

Nadat de paarshemden in twee jaar doorstootten van de vierde klasse naar de tweede klasse, verliep het eerste seizoen op het huidige niveau moeizaam. ‘We hadden een slechte start in de tweede klasse. We waren na de successen gemakzuchtig geworden en dat kostte ons punten.’ Ook waren de teams in de ‘Drentse’ afdeling volgens Vledder sterker dan in Friesland.

Al met al viel het vies tegen voor de debutant, die bij het afbreken van de competitie wegens de coronacrisis net boven de fatale streep stond. ‘We hadden het dus ook op eigen kracht gered’, aldus Vledder, die al jaren met aanvoerder Anne Faro een gedegen centraal verdedigingsduo vormt. ‘Ik ben de man van de kracht en de duels en Anne is de opbouwer en betere voetballer’, zegt Vledder, die bij corners regelmatig met het hoofd scoort. ‘Dat is een van mijn sterke punten. Mijn handelingssnelheid moet wel hoger’, geeft de nooit geblesseerde verdediger aan.

 

Nuttige trainingen

Belangrijk voor het elftal vindt hij ook Sjouke Pieter Oosterling en Sean de Ruiter. ‘Als Sean het op de heupen heeft, is hij nauwelijks te verdedigen.’ Over Oosterling is hij duidelijk. ‘Sjouke Pieter is fitter dan ooit. We kunnen dit seizoen veel van hem verwachten.’ Vledder verwacht dat Bakker voor het 4-3-3-systeen kiest. Al kan 3-5-2 ook, zegt Vledder. Hij is blij met de aanstelling van Bakker die het afgelopen seizoen nog in het eerste elftal van FC Wolvega voetbalde. ‘Friso heeft op niveau gespeeld en geeft nuttige trainingen. We hebben als spelersraad met meerder trainers gesproken. Friso kwam er als beste uit.’

Aan voorspellingen voor het naderende seizoen doet Vledder niet. Belangrijk is dat er lekker getraind en gespeeld wordt. En er moet natuurlijk regelmatig gewonnen worden in de ‘Friese’ klasse. ‘Dat is een voordeel. Handhaven in deze klasse zal geen probleem worden.’

Aan stoppen denkt Vledder nog lang niet. Wel wil hij na zijn actieve periode een bestuurlijke functie bij de vereniging vervullen. ‘Ik wil bij de club betrokken blijven. Hopelijk denken de andere selectiespelers er net zo over.’