‘Alles wat ik doe, wil ik goed doen’

Jelke Nijboer (66) trad afgelopen seizoen aan als hoofdtrainer bij SV Haulerwijk. Hij stapte in op het moment dat de selectie begon aan een avontuur in de derde klasse. Die prijs kwam te vroeg, als je het de taxichauffer vraagt. De promotie overkwam Haulerwijk, maar als je de kans krijgt moet je die grijpen. De gedreven sportman ziet kansen voor zijn team en gokt op een veilige plek in deze klasse

Het voetbalseizoen verliep voor het amateurvoetbal anders dan verwacht en dat gold ook voor SV Haulerwijk. Het moment waarop de competitie abrupt stopte, kwam voor de Haulerwijkers op een ongelukkig moment. Volgens de nieuwbakken oefenmeester was zijn team juist op stoom aan het raken en hadden zij hun draai in de derde klasse gevonden. Jelke: “We waren op weg naar de nacompetitie en moesten nog tegen onze directe concurrenten.” De oranjehemden handhaafden zich uiteindelijk automatisch en kregen niet de kans om hun plek in deze klasse voetballend veilig te stellen.

Nijboer stapte in 2019 over van SC Berlikum naar SV Haulerwijk en kan bogen op een lange staat van dienst als hoofdtrainer. Hij liet bij zijn keuze voor zijn nieuwe club meewegen dat er op korte termijn jeugd doorstroomt en dat biedt kansen voor Haulerwijk. Vorig seizoen liet een handjevol junioren al mee trainen om hen aan het niveau te laten wennen.

 

Bescheiden

Jelke typeert zichzelf als aanvallend en niet bang uitgevallen. Zijn pupillen merken dat in zijn tactiek en in de manier waarop hij ze hij traint, namelijk op wedstrijdniveau. Daarmee vertrouwt hij erop dat de verbetering dan vanzelf komt. “Zodra het lekker loopt, komt het plezier er achteraan.” Nijboer is echter bescheiden in het stellen van korte termijn doelen. “Ik wil boven de nacompetitiestreep eindigen en het jaar erop doorgroeien. Je kunt wel hoog van de toren blazen, maar de groep moet eerst vertrouwen op hun eigen kunnen. Van daaruit proberen we in de derde klasse te blijven, want dat bereik je niet alleen door hard te werken.” Toen hij bij SV Haulerwijk over de drempel stapte zag hij een selectie met wat oudere spelers die per geluk in de derde klasse terecht waren gekomen. “Dat was jammer, want dat was mijn doel niet. Ik had het liever op een rustiger tempo gedaan, vervolgens promoveren en dan doorstomen. Nu moesten we gelijk met de billen bloot. Ze hebben hun best gedaan, dat was geweldig.” Zijn groep wende langzamerhand aan het niveau en ontwikkelde zich goed.

Voetballen vind Nijboer volgens eigen zeggen geweldig, maar het trainerschap geeft hem ook voldoening. Direct nadat hij zijn voetbalcarrière bij Wijnjewoude stopte voelde hij niets voor een tweede elftal, laat staan een veteranenteam. “Ik wilde niet in een tweede en derde team terecht komen, waar gewoonlijk de ambitie lager is. Ik houd van sport en alles wat ik doe wil ik goed doen.” Als oefenmeester vindt hij zichzelf best wel streng, maar hij houdt ook rekening met jongens die voor school verzaken bij een training. “School gaat dan voor, want ze kunnen hun geld nu eenmaal niet verdienen met voetballen. Zo reëel ben ik wel.” Hij ziet dat hij voor deze opstelling ook veel terug krijgt. “Maar als ze de kantjes eraf lopen stel ik voor dat ze in het tweede gaan spelen.”

 

Elfstedentocht

Tegenwoordig valt het fanatiek sporten hem lastig door zijn blessures, maar dat was in zijn jonge jaren wel anders. Zo reed hij driemaal de Elfstedentocht binnen 10 uur uit, maar een vierde tocht zit er niet meer in. Zijn beste prestatie was 9 uur en 35 minuten, maar denk niet dat hij daar tevreden mee was. Op het moment dat hij op de Bonkevaart in Leeuwarden over de meet reed verweet hij zichzelf dat het wel een paar minuten sneller had gekund. “Dan was de eindtijd 9 uur en 30 minuten geweest,” zegt de nog altijd fanatieke taxichauffeur. Alles wat hij leerde om deze uitputtingsslag te overwinnen, neemt hij mee naar het voetbalveld. “Je krijgt mensenkennis en doorziet de tactiek van anderen sneller. Je moet aan zoveel denken tijdens de tocht. Kan je aansluiting vinden bij een groep die wil werken? Tegelijkertijd moet je aan je eigen veiligheid denken, want voor je het weet krijg je een schaats in je scheenbeen.” Hij vertelt het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, maar met de huidige winters is het rijden van de tocht der tochten een unicum. Bescheiden als hij is, loopt hij niet te koop met zijn drie kruisjes. Waarschijnlijk zal hij deze collectie niet uitbreiden, want een deelname aan een volgde 11-stedentocht zit er niet in. Hij wil er niet eens over nadenken. “Hou alsjeblieft op,” zegt hij gekscherend. “Als ik eraan denk word ik gek. Ik zou heel graag willen, maar ik krijg het eenvoudigweg niet voor elkaar. Mijn lichaam kan het misschien niet meer aan.”

 

Mountainbiken

Tegenwoordig vindt hij zijn sportieve heil in mountainbiken. Voor wedstrijden heeft hij geen tijd omdat die samenvallen met de voetbalwedstrijden. Maar op vakantie gaan de fietsen mee en crosst hij samen met zijn vrouw door de bossen en over de heidevelden. Hij heeft niet de ambitie om nog iets in die sport te bereiken. “Die tijd heb ik gehad en daar ben ik te oud voor. Ik mag niet meer hardlopen, maar schaatsen mag gelukkig nog wel. Vroeger liep ik na een werkdag nog een kilometer of 15 hard en was ik na afloop weer het mannetje. Dat was heerlijk en dat mis ik echt.” Mountainbiken compenseert dat gemis enigszins en dat doet hij daarom zoveel mogelijk. “Ik fiets voor elke training over de zandpaden van Wijnjewoude naar Haulerwijk.”

Hij voert het gesprek vanuit zijn taxi. Nadat hij afgekeurd werd, zocht hij naar een bezigheid. “Ik verveelde me thuis en de tuin was ik al een paar keer door geweest. Toen kwam deze mogelijkheid op mijn pad.” Overdag rijdt hij schoolkinderen naar hun plek van bestemming. Stil zitten zit er voorlopig niet in.