Fietsen met rustponten

De pontjesroute bij Grou betekent geregeld afstappen en even wachten. Toch vliegen de kilometers voorbij. Thuis in het Noorden fietst door Friesland zoals Friesland bedoeld is.

TEKST GERDA DOUMA 

Soms vraag ik me af wat er toch zo leuk is aan een pontje onderweg. Het duurt zo kort, maar zowel met de auto als met de fiets is het altijd weer een feest. En gezien het aantal mensen dat ik blij foto’s van elkaar zie nemen ben ik niet de enige. Even het water op, even een ‘rustpont’ tijdens de route, bij een autorit even naar buiten, hoe koud het ook is: heerlijk. 
Vorige maand ben ik tijdens mijn vakantie in voormalig Oost-Duitsland vaak de Elbe overgestoken, een keer met de auto, vele keren met de fiets. Zelfs wachten op de heen-en-weerdienst is leuk. Vaak deden we dat expres. Pas als we zagen dat-ie was vertrokken, gingen we in de rij staan.

DE 8 VAN GROU
In Friesland kun je ook veel en vaak het water per veerdienst oversteken, hier zonder verplicht mondkapje. Net wat voor ons. Er is zelfs een boekje over: De 8 van Grou, pontjesfietsroute. We kopen het bij de VVV in Grou, daar is ook het startpunt. Het duurt even voor we doorhebben dat pas als je alle vier routes uit het boekje combineert, je een 8 fietst. Man en ik vormen vandaag slechts een grillige 0. Het boekje levert 200 fietskilometers, dat is een beetje veel voor één dag. We kiezen voor een rondje door De Alde Feanen (40 kilometer). Heel goed te doen.

De route maakt gebruik van fietsknooppunten en al tussen de eerste en de tweede zitten drie pontjes, te beginnen bij Gastvrij Grou. De boot is vol als wij komen aanfietsen, de schipper verontschuldigt zich geheel ten overvloede: „Ik kom er zo weer aan!” Er is volop bedrijvigheid in de haven. We staan in de zon, de dag begint net, doe vooral rustig aan. Het duurt gelukkig inderdaad even voor het pontje terug is, samen met een echtpaar op elektrische fietsen en een wandelaar worden we overgezet. 

WATER, WEILANDEN EN WITTE WOLKEN
De route belooft de snelle lezer vijf pontjes, we kopen een tienrittenkaart (8 euro). Het pinapparaat wordt ons met een stok overhandigd. 
Aan de overkant gaan we fietsen. Prachtige landweggetjes door Friesland zoals Friesland bedoeld is. Water, weilanden, witte wolken en koeien. Voor de wind hoeven we bijna net zo weinig te doen als het e-bikende echtpaar dat we zien bij de volgende pont: De Burd. Die blijkt geen gaatjes te knippen in de tienrittenkaart, we moeten hier ieder 1,50 euro betalen. We worden losgelaten op het eiland met dezelfde naam als de veerdienst. Rustig genietend fietsen we verder, met zoveel tussenstops worden we niet echt moe. 

Pont De Snoekcbears waarschuwt dat er maximaal vier personen op mogen, wij tellen toch echt twaalf op de vertrekkende boot. Gelukkig gaan wij wel met z’n vieren, inderdaad: opnieuw met het ons inmiddels bekende echtpaar. 

BEKEND 
Het gebied begint ons nu bekend voor te komen. Earnewâld kennen we van kanotochten, kamperen, fietsen, varen met een sloepje. „Hier regende het toen zo!” en „Daar stond onze tent”, wijzen we elkaar. We snappen ook nu best dat we er vaak waren. Gezellig hier: veel bedrijvigheid, mensen in diverse kledij varen in diverse vaartuigen rond. Van twee mensen op een luxe jacht tot zes in een plastic roeibootje, van jassen tot bikini’s, alles kan hier. 

Aan een terras bij het water serveert foodtruck De Twirre onze lunch. We kijken uit op het pontje Hin & Wer dat ons daarna zal overzetten. We zien ons echtpaar een paar pontjes eerder vertrekken, wij zitten nog wel even goed hier.

Aan de andere kant van it Wiid fietsen we het dorp in. We kijken even rond om daarna onze knooppunten weer op te pakken. Langs het Siegersdiep loopt een fijn fietspad vanwaar we ons kunnen verwonderen over de vele boten die aangemeerd zijn. Een hele rij! Erop roodverbrande mensen die kennelijk nog roder willen worden. De meesten doen niks. Alleen kijken. Naar ons, naar andere boten. Als niet-botenbezitter denk je: ga toch lekker varen! 

Dat denken we ook als we aankomen bij het vertrekpunt van Zonnepont De Oerhaal. Vanwege de coronamaatregelen vaart die niet. Staat keurig vermeld in het dus actuele boekje maar dat hadden we even gemist. Net als alle andere mensen die daar staan te overleggen wat te doen. In het boekje staat ook een alternatief aangegeven maar... enfin, u snapt het al: niet gezien.

TEGENWIND
Geen paniek, we denken dat we moeten omfietsen maar dat is geen probleem, de benen zijn nog prima. Monter fietsen we naar de brug over het Prinses Margrietkanaal om daar als vanzelf weer op de goede route uit te komen. Dan volgt er even een saai stuk, het kan niet altijd feest zijn. Een landweg leidt ons tegen de wind in naar Warten, een mooi klein dorp waar het zo te zien goed toeven is op het terras. 

Heel snel daarna zijn we in Wergea, ook weer zo’n prachtige dorpskern met een rijke historie. Het nodigt uit om in rond te wandelen maar ja, wij zijn vandaag fietsers. Hoera, voor de openstaande brug moeten we wachten. Mr. Gerrit vaart voorbij, Earrebarre is een te mooi Fries woord voor ooievaar om niet te gebruiken op een sloepje en ook diverse meisjesnamen doen het goed als bootnaam, zien we.

Met Leeuwarden duidelijk in zicht slaan we linksaf. Redelijk dicht langs de snelweg rijden we terug naar Grou. Het laatste stukje is gelukkig weer heel mooi. Hoogbegroeide bermen langs het water ontnemen ons het zicht op de vele kanoërs die daar varen. Af en toe komt een knalrode peddel boven het riet uit. Dat en het lichte plonsen van het plastic blad in het water is het enige dat we van hen merken. 

En dan zijn we, eigenlijk veel te snel, terug in Grou. We zoeken een terrasje aan het water en genieten na van zon, bootjes en heel veel water. Nou ja, in de meren, sloten en kanalen dan, drinken doen we iets anders. Op een mooie dag.