Haersmastate, Drachten

Drachten De geschiedenis van Haersmastate in Drachten begint eigenlijk in Oudega (Sm). De mooie en zeer oude kerk van dit dorp laat door zijn graven en rouwborden zien wie hier de toonaangevende jonkers waren: de familie Van Haersma. In de 17e eeuw bouwde Aulus van Haersma hier een state en – nogal bijzonder – hij liet voor zoon Arent een nieuwe bouwen, die ook nog eens “Groot Haersmastate” werd gedoopt.

Na het overlijden van Sybrand van Haersma (waar kennen we die naam van?) in 1839, is de grote state afgebroken. En dán gaat de geschiedenis in Drachten verder: daar laat grietman Martinus Manger Cats een nieuw huis bouwen (1843), met gebruikmaking van veel materiaal van de state in Oudega. Eerst wordt het huis nog Veldzicht genoemd, maar als later de vrouw des huizes een Van Haersma de With is, verschijnt de naam Haersmastate op het huis.

Een Friesche jongeman vertelt in 1891: “Ik ben op weg naar de feestelijke bijeenkomst van onze Jongelingsvereniging in het Haersmapark. Er was zo-even op de boot even een incident, want een knaap die ik niet kende, wilde een slok Beerenburg nemen, maar hij werd betrapt en moest de flacon inleveren.” Personeel was daartoe namelijk uitdrukkelijk geïnstrueerd in een advertentie in de Leeuwarder Courant. Daar lezen we ook dat het park toen omvatte: “een stalling, een wagenhuis, een fraai aangelegden tuin met fraaie heesters, een uitgestrekten moestuin en hoving met exquise vruchtbomen, kersenhof en wandelbosch.” Iets van die grandeur probeert deze Drachtster vandaag nog te zien: “Ik noem het altijd ‘het gele huis’, omdat het wel iets weg heeft van The White House in Washington.”

Na de ene grietman Manger Cats volgde als bewoner een tweede, zijn broer Epeus. Daarna kwam het in de vrije verkoop terecht. Gelukkig had architect Thomas Romein voor een degelijk gebouw gezorgd. Al vrij vroeg kwam het in handen van de gemeente en kreeg het een kantoorfunctie. Van binnen is het ook erg kantoorachtig. Van buiten is het hoofdgebouw in de loop der jaren heel aardig hetzelfde gebleven.

Peter Nieuwenhuijsen