Nepnieuws op lokaal niveau wordt doorgeprikt

Ooststellingwerfs burgemeester Harry Oosterman werkte 40 jaar geleden in de journalistiek. Hij staat stil bij het (Friese) media landschap in het algemeen en de jubilerende Nieuwe Ooststellingwerver in het bijzonder.

‘In het begin van de jaren tachtig deed ik mijn intrede in de journalistiek, als freelancemedewerker op de sportredactie van het Friesch Dagblad. Het woord digitaal kenden we toen nog niet. We typten op een ouderwetse typemachine onze sportverslagen - met Tipp-Ex bij de hand - en de krant werd gewoon nog met lood gezet en op papier verspreid. De krant was een meneer in die tijd.
De hoofdredacteuren waren bekende en gerespecteerde Friezen die een stevige binding met hun achterban hadden en door hun hoofdredactionele artikelen richtinggevend waren voor veel mensen. Denk aan personen als Hendrik Algra, Fedde Schurer en Laurens ten Cate. De verzuiling die Nederland decennialang in z’n greep had gehouden was na de roerige jaren zestig al op z’n retour, maar de scheidslijnen waren nog steeds zichtbaar.
In Friesland las het gereformeerde volksdeel het Friesch Dagblad en de Leeuwarder Courant was er voor de liberale en socialistische inwoners. Deze krant had toen twee hoofdredacteuren die deze politieke stromingen vertegenwoordigden. En natuurlijk waren er de plaatselijke kranten die nieuws van de eigen woonomgeving naar de lezers brachten. 

Overzichtelijk
De Nieuwe Ooststellingwerver was er een van. De wereld was qua informatievoorziening ook redelijk overzichtelijk: er waren ‘s avonds een paar tv-kanalen te bekijken, er was de radio en veel gezinnen hadden een krant. Je kon er eigenlijk niet zonder, niet alleen om het nieuws, maar ook voor de advertenties. Zonder de krant wist je niet wat er in je eigen regio gebeurde en te koop was en dus waren de oplagecijfers hoog. 
Veertig jaar later bestaat die hiervoor met enige weemoed geschetste wereld niet meer. In het midden van de jaren tachtig werd op de redacties de typemachine ingeruild voor een computer. Kregen we modems waardoor we redactionele stukjes van afstand konden opsturen en werd de gehele opmaak en het drukken van de krant gedigitaliseerd.

Internet
Een grote verandering, maar de grootste verandering voor de journalistiek was de opkomst van het internet en de maatschappelijke veranderingen die er mee gepaard gingen. Langzaam maar zeker veranderde het medialandschap totaal en tegenwoordig leven we in een samenleving waar het nieuws op elk moment van de dag en op vele manieren tot je kan komen. 
Met grote consequenties voor de kranten. De oplagecijfers en de advertentie-inkomsten daalden en daarmee ook de omvang van de redacties en de mogelijkheden van de krant om ‘overal’ verslag van te doen. Bovendien, de ingezonden brief is niet de enige manier meer om je mening kenbaar te maken. Op Twitter, Facebook en vele andere sociale media kun je - ook anoniem - je mening ventileren en dat gaat helaas gepaard met een stevige verruwing van de omgangsvormen. 

Vanuit mijn persoonlijke perspectief heeft de verandering van de laatste veertig jaar zeker voordelen met zich meegebracht. Ik lees de krant - meer dan één - ook nog op papier, maar de digitale versies krijgen steeds vaker de voorkeur. Je hebt het nieuws snel binnen en kunt als je de IPad bij je hebt het overal lezen. 

Nepnieuws
Het internet is ook een handig naslagwerk: nadere duiding of informatie is snel gevonden. Hoe hadden we een Coronacrisis veertig jaar geleden zonder het internet kunnen bestrijden?

Er zijn echter ook een aantal ontwikkelingen die mij zorgen baren. De eerste is dat feit en fictie steeds moeilijker te onderscheiden zijn. Wat is nepnieuws en wat niet?
Het internet wordt steeds meer gebruikt om de publieke beeldvorming en opinie te beïnvloeden door nepnieuws te verspreiden. Denk aan de misleidende Russische informatie rond de ramp met de MH17. Om als lezer te onderscheiden wat juist of niet juist is, wordt dan moeilijk en geeft aanleiding tot allerlei samenzweringstheorieën. 
Daar komt bij dat de hoeveelheid informatie zo groot is dat veel mensen alleen nog maar lezen wat in hun kraampje past en alleen bevestigd krijgen wat ze al dachten. Andere informatie komt niet meer bij hun en daardoor ontstaat een eenzijdig beeld van de werkelijkheid. 

Geen dialoog
Hierbij speelt een belangrijke rol dat er steeds meer geschreven en gesproken wordt over beelden en meningen, en minder over feiten. Dat vergroot de maatschappelijke tegenstellingen: mensen luisteren niet meer naar elkaar en gaan geen dialoog aan, maar delen elkaar mee wat hun mening is. De krant kan in dit proces een belangrijke rol spelen door informatie te checken en achtergronden te schetsen, zodat er een beter en vollediger beeld ontstaat over wat er aan de hand is. 

Een tweede fenomeen is door columnist Wouter van Noort van de NRC mooi onder woorden gebracht: ‘De massale schermverslaving faciliteert verdere virtualisering van de publieke discussie. De discussies op onze beeldschermen hebben meestal wel wortels in de realiteit maar worden zo uitvergroot door algoritmes en sentimenten dat ze steeds verder losraken van het dagelijkse leven…  Gaan discussies in politiek en praatprogramma’s niet best vaak over macrobullshit in plaats van echte zaken.’

Negatief beeld
Ik herken dat bij me zelf: veel praatprogramma’s sla ik maar over: alweer een schandaal hier, een fout daar en verschrikkelijke ontwikkelingen elders. Het is te veel, het slaat murw en geeft een eenzijdig en vaak te negatief beeld van ons land en de wereld. 

Als je in een van de welvarendste landen van de wereld bij het lezen van het nationale nieuws het gevoel krijgt dat er ook niets goed gaat in Nederland, dan is er iets mis met de beeldvorming en worden onlustgevoelens en negativisme onnodig gevoed.
 
Als ik niet naar het scherm kijk, maar om me heen, dan zie ik mensen die hard werken, die samen activiteiten ontplooien, die in deze moeilijke tijd voor elkaar zorgen. Die met elkaar praten, lachen en huilen.

Genoeg hoop
Er is genoeg hoop, veerkracht en verbinding in de samenleving, maar via het scherm zien we het te weinig. Daar ligt ook de kracht van een lokale krant als de Nieuwe Ooststellingwerver. Het brengt het goede en slechte nieuws van de eigen omgeving bij de mensen. Het is herkenbaar en tastbaar omdat het over onze eigen gemeenschap gaat en is daarmee verifieerbaar. Nepnieuws op lokaal niveau wordt binnen de kortste keren doorgeprikt. 

Tenslotte: 75-jaar Nieuwe Ooststellingwerver is ook 75-jaar vrijheid van pers. Een groot goed, want zonder persvrijheid verdwijnt de waarheid vaak snel achter de horizon. Helaas zien we wereldwijd dat die vrijheid steeds meer onder druk komt te staan. Gelukkig niet in Nederland, maar het is en blijft oppassen. Ik wens de Nieuwe Ooststellingwerver een toekomst waar men in staat blijft om het nieuws uit onze eigen omgeving op evenwichtige manier bij ons te brengen.