Natuur ontdekken om de hoek

Dat Ooststellingwerf rijk is aan mooie natuur weten de inwoners uiteraard. Toch valt er dicht bij huis veel te ontdekken. Al bijna veertig jaar heeft de Nieuwe Ooststellingwerver een natuurrubriek die de lezer alles vertelt over wat groeit en bloeit in de gemeente.

Oud-onderwijzer Wiebe Scheenstra (1929- 2012) uit Oosterwolde begon in de jaren tachtig van de vorige eeuw met de rubriek ‘Zwalken door het Drents-Friese Wold’. Als onderwijzer bracht hij zijn leerlingen voorliefde voor de natuur bij. Hij leerde de jeugd veel over de natuur in de eigen omgeving. Op de Oostenburgschool in Oosterwolde maakte Scheenstra een heemtuin die hij samen met de kinderen verzorgde. Nadat hij afscheid nam van het onderwijs, begon het schrijven voor de krant. 
Bij zijn verhalen tekende de Oosterwoldenaar zelf de benodigde illustraties. Scheenstra’s publicaties maakten veel los bij het publiek. Er kwamen veel vragen binnen en talrijke lezers gaven hun eigen waarnemingen uit de natuur door. Ook was hij de vraagbaak voor mensen die vleugellamme vogeltjes of zielige beesten probeerden te redden. 

Ook jager
Dat Scheenstra ook jager was, wekte soms verbazing. Hij kon echter vaak mensen overtuigen dat een verantwoord evenwicht tussen de natuur en de moderne economie noodzakelijk is. Naar aanleiding van zijn rubriek in de krant verschenen er drie boeken met als titel ‘Zwalken door het Drents-Friese Wold’. In de Nieuwe Ooststellingwerver verscheen de rubriek tot 2006. Toen vond Scheenstra het na ruim 25 jaar welletjes en ging het rustiger aandoen.

Opvolger
Zijn opvolger werd Philip Zeinstra uit Ter Idzard. Die schreef voor de Stellingwerf al sinds 1981 de natuurrubriek ‘Onze Natuur.’ Begin deze maand stond de 2000e aflevering van zijn rubriek in de kranten. 

De in Franeker geboren natuurkenner startte zijn loopbaan als leraar biologie, natuur- en scheikunde  in Dokkum. Begin jaren tachtig verhuisden Philip en echtgenote Hennie Bolhuis naar Wolvega, waar de leraar aan de slag ging op de Stuyvesant Mavo. De eerste aflevering van Onze Natuur in 1981 ging over het vallen van bladeren. Het was een technische uiteenzetting over het proces dat daar toe leidt. De reacties op die taaie kost waren niet lovend. ‘Wat kan mij die stomme bladeren schelen’, kreeg Zeinstra van een lezer te horen. Hij knoopte de 
kritiek in de oren en zo werd het gaandeweg een voor de lezers laagdrempelige rubriek.

Zeinstra krijgt dagelijks waarnemingen uit de natuur doorgespeeld. Vroeger gebeurde dat meestal telefonisch; tegenwoordig gaat alles per mail. De rubriek heeft een trouwe lezersschare en wordt door de abonnees van de Stellingwerfse kranten hoog gewaardeerd. 

Foto’s
Het vinden van bijpassende foto’s is tegenwoordig geen probleem meer. Veel lezers sturen die op. ‘Ze zijn vaak met de iPad of het mobieltje gemaakt. De kwaliteit wordt steeds beter. Er zitten echt fantastische foto’s tussen.’
In de 40 jaar dat hij over de natuur schrijft, heeft Zeinstra dingen in de Stellingwerven zien veranderen. Het Korhoen lijkt definitief uit het Fochtelooërveen verdwenen. De laatste groep patrijzen spotte hij in 1981 in zijn woonplaats Ter Idzard. De kemphaan komt als broedvogel hier ook niet meer voor, terwijl de bonte kraai en fazanten  een zeldzaamheid zijn geworden. 

Tellen
Het tellen en noteren van (nacht)vlinders heeft Zeinstra vaak gedaan. Als de duisternis zijn intrede deed, spande hij een laken. Een felle lamp die het doek verlichtte, lokte de insecten als bloemen een bij.  ‘Het werd soms zo druk op het doek dat er geen plaatsje meer over was. In Nederland zijn zo’n 2400 soorten motten. Wij hebben er hier 1350 vastgesteld.’
Wandelingen in zijn zo geliefde natuur worden door zijn afnemende gezondheid spaarzaam. Toch zet hij dus geen punt achter zijn natuurrubriek. Dankzij al zijn kennis en alle lezers die waarnemingen doorgeven kan hij doorgaan. Die mensen zijn inmiddels zijn ogen in de natuur.

Zwalken uitknippen
Pieter Kromkamp uit Oosterwolde knipte jarenlang ‘Zwalken’ van Wiebe Scheenstra uit de Nieuwe Ooststellingwerver. Hij verzamelde bijna alle afleveringen en plakte die in een album. Daarna maakte hij een index, zodat alles over een bepaald dier, vogel of iets anders makkelijk kon worden opgezocht. 

In 1986  bezocht Kromkamp een diavoorstelling van de buurtvereniging, die werd verzorgd door Wiebe Scheenstra. De Oosterwoldenaar kocht na afloop een exemplaar van het boek Zwalken. Hij liet Scheenstra vervolgens de meegebrachte plakboeken met  krantenknipsels zien. ‘Jij hebt veel meer krantenknipsels van mijn stukjes dan ikzelf heb’, reageerde de opgetogen natuurkenner. Scheenstra zette voor Kromkamp een opdracht in zijn boek. ‘Naarmate de mens zich verrijkt, verarmt het landschap.