‘True-crime-verhalen zijn wel mijn ding’

Van de 75 jaar dat de Nieuwe Ooststellingwerver bestaat, heeft Niek van der Oord er ruim 40 meegemaakt. In 1980 kwam hij als beginnend journalist op het kantoor in Oosterwolde, volgend jaar zwaait hij op 66-jarige leeftijd af.

Door de coronacrisis werken de journalisten van de Nieuwe Ooststellingwerver vanuit huis. Sinds de overname door de Noordelijke Dagbladcombinatie (NDC), enkele jaren geleden, is Leeuwarden de eigenlijke standplaats.  Van der Oord werkte ruim 30 jaar op het kantoor aan ’t Oost in Oosterwolde. Enige tijd nadat Koninklijke Boom Uitgevers de nieuwsbladen van toenmalig uitgever Martin van Nieuwenhoven overnam, verhuisde de redactie naar het hoofdkantoor in Meppel.
‘Tijden veranderen’, zegt Van der Oord over de verschillende standplaatsen. De mooiste tijd beleefde de journalist in Oosterwolde. ‘Daar zat je dicht bij de mensen, bij onze lezers.’ Door economische omstandigheden en de steeds verder gaande digitalisering was sluiting van lokale kantoren onvermijdelijk. Nu door de crisis thuiswerken noodzakelijk is, komt het gevoel van dichtbij de lezers staan terug. ‘Dat is het voordeel van deze rare tijd.’
Zelf heeft Van der Oord ook weer meer tijd om in het veld verhalen op te halen.  Tot vorig jaar was hij als chef verantwoordelijk voor alle Friese Nieuws- en weekbladen van NDC, nu is hij als journalist terug in de Stellingwerven, waar het begin 1980 ooit begon.  
Zijn eerste interview voor de krant weet de nestor van de redactie zich goed te herinneren. ‘Dat was in Oldeberkoop bij de inmiddels overleden Richard Twint die in het vroeger grietenijhuus De Hoek van Zevenwouden een antiekzaak begon.’ In de tijd dat Abba met ‘I have a dream’ de best verkochte single in Ooststellingwerf was. Van der Oord ging wekelijks naar Assies en Meijer-Expert, de twee winkels die in Oosterwolde platen verkochten. Aan de hand van hun verkoopcijfers stelde Van der Oord voor de krant een top5 samen.

Ikea
Hoeveel verhalen hij inmiddels heeft geschreven, durft Van der Oord niet te zeggen. ‘Het eerste jaar hield ik trots een plakboek bij. Dat heb ik nog altijd bewaard.’ Bij het doorbladeren van het plakboek valt één verhaal op. De politiek in Ooststellingwerf besprak in 1980 de aanvraag van het Zweedse woonwarenhuis Ikea om zich op het industrieterrein van Oosterwolde te vestigen. De meubelgigant  wilde 3 á 4 hectare bouwgrond voor een vestiging van zo’n 20.000 m2. ‘Ik had nog nooit van Ikea gehoord. Stel je voor dat ze wél in Oosterwolde waren terechtgekomen.’
Een van zijn eerste interviews zal Van der Oord niet makkelijk vergeten. Aan de rand van het Fochteloërveen woonde ex-miss Holland Maureen Rensen bij haar moeder in huis. Het model gaf zich bijna letterlijk en zeker figuurlijk bloot. Het leverde een spannende reportage op. De journalist maakte meer spannende verhalen, maar die hadden meestal te maken met misdrijven die in zijn gebied plaatsvonden. ‘True-crime-verhalen zijn wel mijn ding’, stelt de journalist. Wat dat betreft kwam hij in de loop der jaren in Ooststellingwerf aan zijn trekken.

Nep-overval
‘Het begon in de jaren tachtig met de in scène gezette overval op de Friesland Bank in Oosterwolde. Ik interviewde de directeur die door de overvaller met handboeien aan de tralies van de kluis was vastgezet. Achteraf bleek de directeur in het complot te zitten.’ Het was een wijze les. Niet alles is zoals het er in eerste instantie uitziet.
Zaken die landelijk veel impact hadden waren ondermeer de babymoord in Appelscha en moorden in Haulerwijk, Oosterwolde (diverse keren) en Haule. Het meest schreef Van der Oord over de in 2003 gepleegde moord op Fokko Werkman, de kroegbaas in Haule die met een knuppel werd doodgeslagen. ‘Het is de enige moord in Ooststellingwerf waar ik over heb geschreven die nooit is opgelost. Om de zaak onder de aandacht te houden, heb ik sindsdien elke vijf jaar een groot verhaal gemaakt. In de hoop dat ooit de dader wordt gepakt.’ 

Ontvoering
Een ander misdrijf dat Van der Oord op de voet volgde was de ontvoering in 2003 van Lusanne van der Gun. Zijn speurwerk leverde de krant grote primeurs op. Tien jaar na de goed afgelopen ontvoering schreef de journalist er het boek ‘Meisje Vermist’ over. Het is niet het enige boek van zijn hand. Hij debuteerde met zijn familieverhaal ‘Het mankeert ons aan een goed adres’. Daarna volgde Jodenkampen, inmiddels een standaardwerk over de joodse werkkampen op de grens van Friesland en Drenthe.
Dit jaar publiceerde de Nieuwe Ooststellingwerver diverse verhalen rond 75 jaar bevrijding. Door de corona-uitbraak moest noodgedwongen iets kleiner worden uitgepakt dan de bedoeling was. 

Filmpjes
In zijn begintijd had de redactie louter met de papieren krant te maken. Later kwam daar het inmiddels verdwenen NieuwsTV bij en tegenwoordig kan het nieuws 24 uur per dag via de site van de Nieuwe Ooststellingwerver worden gepubliceerd. ‘Het biedt talloze mogelijkheden. Zelf film en monteer ik filmpjes op mijn telefoon. Dat was vroeger toch ondenkbaar.’
In de loop der jaren is het aantal abonnees van de Stellingwerfse nieuwsbladen flink gedaald. Dat geldt overigens ook voor de dagbladen. ‘Veel mensen willen niet meer betalen voor nieuws en nemen genoegen met hetgeen ze gratis via televisie en internet krijgen aangereikt. Vooral oudere lezers blijven ons nog trouw. Er komt helaas weinig nieuwe aanwas.’ Die ontwikkeling baart Van der Oord zorgen. 

Blijdschap
Toch overheerst de blijdschap dat de Nieuwe Ooststellingwerver voor veel mensen al 75 jaar een huisvriend is. ‘Reden genoeg om daar bij stil te staan.’ Over een jaar zwaait hij definitief af. Zijn gewaardeerde collega’s van het eerste uur – Anne de Vries en Bé Lamberts – deden dat al veel eerder. De krant, zo weet ook Van der Oord, draait er wel om door. ‘Ik heb nu ook fijne en goed ingevoerde collega’s.’