‘Oonze eigen kraante is onmisbaar’

Pieter Jonker uit Oosterwolde is coördinator van Nobilis, het centrum voor prentkunst in Fochteloo. Hij was op gemeentelijk en provinciaal niveau politiek actief en zette zich als directeur van de Stellingwarver Schrieversronte in voor het Stellingwerfs. De Stellingwerver in hart en nieren staat stil bij het jubileum van zijn ‘kraante.’

‘Welke lezer van de Nieuwe Ooststellingwerver zou verwacht kunnen hebben dat tijdens het vieren van het bijzondere 75-jarige jubileum zich zulke donkere wolken samenpakten boven onze prachtige gemeente terwijl de zon schijnt? Toen de redactie mij maanden geleden al vroeg om een bijdrage te schrijven over het belang van een onafhankelijke nieuwsbladpers in onze regio heb ik onmiddellijk toegezegd, omdat ‘mien kraante’ en haar redacteuren, drukkers en bezorgers dat dubbel-en-dwars verdienen.

Hokkies
Zelfs tijdens de corona-crisis valt elke donderdagmorgen om half zes ‘mien kraante’ samen met het dagblad op de deurmat in Oosterwolde. Ik spring dan meestal ook maar direct ‘uut et nust’ en pak de krant op en ga aan de eettafel zitten. Ik lees hem tegenwoordig op Chinese wijze: van achteren naar voren. Ik begin met ‘de hokkies’. Een vreemde gewoonte om met de overlijdensberichten te beginnen, maar als je als mitwarker van de Stellingwarver Schrieversronte en als raads- en statenlid actief bent geweest en nu nog volop in de running bent met het centrum voor prentkunst in Fochteloo dan ken je zo langzamerhand in alle dertien dorpen veel mensen. En in ‘de hokkies’ lees je het wel en wee van de inwoners van Ooststellingwerf, al is het spijtig dat het aantal geboorte-aankondigingen en de huwelijksvieringen amper meer op die pagina te vinden zijn.

Huus-aan-huus
Het zal velen van u die geboren en getogen zijn in een van de dertien dorpen zo vergaan zijn, dat je je zelfs uit je kinderjaren herinnert dat de krant thuis gelezen werd. Een krant die op De Haule eigenlijk ‘huus-an-huus’ als abonnementskrant werd bezorgd naast het dagblad de Friese Koerier met als hoofdredacteur Fedde Schurer en later Laurens ten Cate. Nog steeds vind ik het een grote schande dat de Friese Koerier, die bezorgd werd door de jongen van Foppe Jansma uit Donkerbroek, het loodje moest leggen. Een progressief dagblad met de focus op Zuidoost-Friesland. Geweldig! Al tijdens mijn lagere schooltijd werden het nieuwsblad en het dagblad mijn beide favoriete kranten. Het leidde overigens ook tot mijn grootste afwijking: ik begon als kind al van allerlei zaken uit te knippen, die het bewaren waard waren. Zo herinner ik mij de natuurfoto’s van J.D. de Jong in de Friese Koerier. Ik ben overigens erfelijk belast, want mijn beppe Femmigje (Veenstra-Hoonstra) knipte ook dat het een lieve lust was. Uit haar collectie kreeg ik later de verhalen in het Stellingwerfs van H.J. Bergveld, die in de Nieuwe Ooststellingwerver verschenen onder de titel ‘Onder eigen volk’. Ik herinner me in ons nieuwsblad ook de wekelijkse strip en de feuilleton. Mijn andere grootmoeder: beppe Geertje (Jonker-Postma) was kniplustig op het terrein van feuilletons. Kortom ik kan het eigenlijk ook niet helpen dat ik zo’n vreselijke afwijking heb.

Vooral lezen
In mijn kinderjaren was de Nieuwe Ooststellingwerver naar omvang van het aantal pagina’s  een bescheiden nieuwsblad. Van heel belangrijke gebeurtenissen werden soms foto’s gemaakt, maar de krant was er vooral om te lezen en niet om te bekijken. Alle dorpen hadden correspondenten die het belangrijkste dorpsnieuws door briefden. Elk verslagje van de bijeenkomsten van de Bond van Plattelandsvrouwen werd geplaatst. En dat gold voor alle dorpen en voor alle verenigingen. Die traditie is nog in stand gebleven in de krant van nu als we kijken naar de verslagen van de plaatselijke toneelverenigingen. Gelukkig is die taak overgenomen door de dorpskranten. In elk dorp waren wel een paar inwoners die het nieuws uit eigen dorp uitknipten en in een plakboek bewaarden. En aandacht van de krant voor de opening van een school, een optocht met versierde wagens, de 100-jarigen en de bijzondere huwelijksvieringen werden in de diverse dorpen bijzonder op prijs gesteld. In die dorpen werd die aandacht ook wel gezien als een promotie voor het dorp en daar is niets mis mee, in tegendeel. 

Warm hart
De Nieuwe Ooststellingwerver heeft ook altijd een warm hart gehad voor het sportleven in onze dorpen en daardoor ook bijgedragen aan de bloei van dat sportleven. Dat geldt ook zeker voor de (regionale) cultuur. Aan de lijve heb ik dat ervaren daar waar het gaat om de bevordering van regionale cultuurbeleving. Alle activiteiten van de Stichting Stellingwarver Schrieversronte werden en worden breed uitgemeten in de krantenkolommen van de Nieuwe Ooststellingwerver. Ik durf de stelling aan: ‘De gruui en bluui van et Stellingwarfs sund 1971 en de kaansen en meugelikheden die de Schrieversronte kregen het, bin veur een groot pat te daanken an oonze drie regionaole kraanten en heur redacteuren. Diepe gaot mien pettien of. Waorvan akte.’   

Antenne
De redactie heeft altijd een goede antenne gehad voor groot en klein nieuws in de dorpssamenlevingen. Daarnaast speelde zij ook een belangrijke rol als het gaat om het besef dat je niet alleen een inwoner bent van Haulerwijk, Appelscha of Oosterwolde maar dat je ook inwoner bent van een gemeente. Al vonden die drie grote dorpen zichzelf vroeger wel het allerbelangrijkste, maar dat heb ik hen vergeven. ‘Dat komt netuurlik ok wel een betien now et mi’j zo goed gaot en daoromme verhuusd bin naor et heufdplak Oosterwoolde. Jammer veur De Haule en ok veur Berkoop (want dat vun ik vroeger altied de gezelligste en mooiste dörpen) now is in mien ogen De Fochtel et aldermooiste en et alderbeste dörp van de hiele gemiente. Et spiet me, veur jim.
In Fochteloo staat prominent voor één van de ramen van het centrum voor prentkunst een hele grote vaas gemaakt door Hannie Mein uit Vinkega. Haar werk tonen wij graag in Fochteloo. Naast het gemeentewapen staat erop Nieuwe Ooststellingwerver 1945-1971. Bij navraag bleek dit monumentale kunstwerk geschonken te zijn door het personeel aan Spoelstra, die toen als eind-redacteur/uitgever afscheid nam.

Grote verandering
 In het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam er een grote verandering bij de redactie van de Nieuwe Ooststellingwerver. Spoelstra die na de oorlog de krant integer naar de nieuwe tijd leidde werd opgevolgd door Martin van Nieuwenhoven, die van het Noordwoldiger Aanpakken al een modern nieuwsblad wist te maken. Begonnen in een rijtjeswoning in de Nieuwstraat in Noordwolde  (beneden de uitgeverij, boven wonen). Hij wist het vertrouwen te winnen van Spoelstra die in Van Nieuwenhoven zijn opvolger zag. Een heel gelukkige greep. Martin van Nieuwenhoven breidde zijn redactie uit met twee kanjers: Anne de Vries en Bé Lamberts en al snel met een derde: Niek van der Oord.

Bloeiperiode
 Samen met Van Nieuwenhoven maakten ze echte kranten en dat kon omdat er een bloeiperiode was in het midden- en kleinbedrijf in Ooststellingwerf. In de jaren tachtig werden soms de kranten per week dikker en dikker. De redacteuren zorgden voor gedegen journalistieke verslagen en bijdragen. Commissie- en raadsvergaderingen van de gemeente maakten  een eigen afdeling voorlichting totaal overbodig, zo heette het in die dagen. Maar dan doe je de krant tekort. De redacteuren waren echt wel op zoek naar het nieuws en volgden de avonturen in de gemeentepolitiek op mild kritische wijze. Nooit werd iemand onderuit geschoffeld, maar er werd ook niets onder het tapijt geveegd. En dat is voor het functioneren van een lokale gemeenschap van levensbelang, dat de nieuwsbladpers goed in de gaten houdt wat het openbaar bestuur, het bedrijfsleven en de burgers uitspoken. Dat is in het belang van de inwoners. 

Onafhankelijke rol
Een onafhankelijk rol van de media is van grote betekenis. Daarom is het belangrijk dat de nieuwsbladpers abonnementskranten uitgeeft, want alleen met gratis huis-aan-huis-kranten komen we er niet. Dan is er geen geld meer voor een fatsoenlijke redactie en wordt de krant alleen maar een leuke, overkoepelende dorpskrant met aankondigingen van allerlei activiteiten. Ik zie dat overal in ons land.
Inwoners moeten het op prijs stellen dat ze objectief worden geïnformeerd over wat er echt in hun gemeente speelt en dat moet de inwoners ook wat waard zijn.  Laten we hopen dat ook jonge mensen en nieuwe inwoners  in Ooststellingwerf terugkeren naar de Nieuwe Ooststellingwerver als abonnementskrant. Verdwijnt onze abonnementskrant, dan komt zij niet terug. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Er is al zoveel verdwenen: de kantoren van de eigen kranten, de banken in de dorpen, drukkerij Van der Meer en allerlei winkels. 

Onder druk
Het verenigingsleven en de leefbaarheid in de dorpen staan door krimp en verdere individualisering onder druk. Een regionale abonnementskrant is het cement van de samenleving. Wat een prestatie dat de mensen die de Nieuwe Ooststellingwerver maken en bezorgen er al 75 jaar voor gezorgd hebben dat de krant elke week opnieuw kon verschijnen. Reden voor grote dankbaarheid van ons als lezers. Meensken, hool de kop d’r veur! Ook nu de advertentiemarkt en het aantal abonnees teruglopen. In deze moeilijke weken en maanden zal duidelijk worden dat oonze eigen kraante onmisbaar is. Ik roep de lezers op, die nu toch veel thuis moeten blijven, pak de telefoon en praat er eens over met uw kinderen, uw buren en uw vrienden of ook niet zij een abonnement zouden moeten nemen en op zijn minst kunt u hen eens een abonnement cadeau doen als er door het corona-virus een verjaardag niet gevierd kan worden of als u de buren wilt bedanken voor geboden hulp.    

Mien kraante
Nieuwsvoorziening via internet is prachtig, maar ik hoop nog lang op donderdagochtend aan de Lange Akker in Oosterwolde om half zes aan mijn grote, hoge tafel te zitten met ‘mien kraante’ uitgespreid voor me ‘mit een paantien thee en een boltien mit stroop’ naast me. Daarna kan de werkdag pas echt beginnen.