‘Al onze vier kinderen hebben de Nieuwe Ooststellingwerver ook bezorgd’

Elke dag is het voor Jacqueline ten Hoor uit Fochteloo weer een feestje, het kranten bezorgen. ’s Ochtends om 5.00 uur pakt de 56-jarige bezorgster uit Fochteloo haar krantenfiets – of één van haar negen! reservefietsen – en gaat op pad. ‘Het is routine, het zit in mijn systeem’, zegt Ten Hoor. Al 12,5 jaar is ze het visitekaartje van de Nieuwe Ooststellingwerver.

Een visitekaartje, want als het regent verpakt Ten Hoor alle kranten in een plastic zakje, zodat ze droog overkomen. Bij het bezorgen haalt ze ze weer uit het plastic, zodat de lezer niets van het natte weer merkt. Geen grap. ‘Ik zeg wel eens tegen mijn man: zullen de abonnees zich ooit wel eens afvragen hoe het toch kan dat er nooit een spatje op de krant zit? Ze moesten eens weten.’ En dat bij zeventig Nieuwe Ooststellingwervers binnen Fochteloo, plus de andere kranten die ze tegelijk bezorgd. Dat zijn, schrik niet, de Leeuwarder Courant, het Dagblad van het Noorden, het Friesch Dagblad, het Algemeen Dagblad, De Telegraaf, Trouw, het Reformatorisch Dagblad, de Volkskrant, het NRC Handelsblad, het Parool en het Financieel Dagblad. Van elke woning weet ze uit haar blote hoofd wie wat leest, wie niks en wie vooral gek is op aanbiedingen, want die zijn er uiteraard ook. Daarnaast fietst de bezorgster haar route met regelmaat andersom, ‘zodat ik het niet op de automatische piloot ga doen’. ‘Is goed voor de hersenen’, vertelt Ten Hoor. En mocht ze van te voren weten dat ze weinig kranten heeft, heeft ze geprinte briefjes paraat, die ze bij mensen in de bus gooit. ‘Dan weten ze in ieder geval dat de krant nog onderweg is.’ Althans zo deed Jacqueline ten Hoor dat vroeger. ‘Als ik nu halverwege een krant van welke titel dan ook te weinig heb, keer ik om en controleer ik de brievenbussen die ik al passeerde. Wellicht deponeerde ik dan per ongeluk een verkeerd exemplaar in een verkeerde brievenbus. Het is dan toch vroeg, niemand die het door heeft. Gelukkig gebeurt dat niet zo vaak.’

Nog meer service: omdat ze iedereen in het dorp kent en dus ook weet wanneer er een nieuw iemand komt te wonen, bezorgde Jacqueline bij de nieuweling altijd drie weken lang een reservekrant. ‘Die kregen we er vroeger toch bij. Ik deed er dan een zelf geschreven briefje bij met daarop de tekst: ter kennismaking krijgt u onze lokale krant drie weken gratis, mocht u lid willen worden, merk ik dat  vanzelf, uw bezorger.’ Het lukt Ten Hoor tegenwoordig niet meer dit te doen omdat reservekranten vanwege kostenbesparing niet meer geleverd worden. Het is niet verwonderlijk dat de abonnees zeer wijs zijn met Ten Hoor. ‘Van een dalende oplage van de Nieuwe Ooststellingwerver merk ik weinig.’

Over haar route van vijftien kilometer doet ze anderhalf uur. Een mooi begin van de dag, noemt ze het, want het is ‘lekker rustig’ en onderweg ziet wel eens een ree, vos en laatst nog een das. Twee keer deed ze het bezorgen met de auto, maar dat vond ze maar niks. ‘Met de fiets ben je net zo snel. Ik werd chagrijnig van het stoppen, in- en uitstappen en het wegrijden met de handrem er nog op, wat een geneuzel.’ Daardoor is ze vaste klant bij Kramer Fietsservice in Appelscha. ‘Ik verslijt wat banden. Per jaar krijg ik gemiddeld twee keer een nieuwe.’ Het leverde haar in die 12,5 jaar slechts een enkele keer een lekke band op onderweg. ‘Toen belde ik toevallig aan bij burgemeester Oosterman, die mij vriendelijk te hulp schoot.’

Het bezorgen van de Nieuwe Ooststellingwerver begon voor het gezin toen de oudste dochter des huizes, Grietje, in 1998 een bijbaantje zocht. Ze was 14. Ze enthousiasmeerde haar jongere zus, Ruth, die gelijktijdig in een andere wijk de Nieuwe Ooststellingwerver bezorgde. Beiden tot 2002, waarna zus, Tjerkje, vier jaar bezorger was en daarna was Alinda degene die de krant wekelijks bij de abonnees afleverde. ‘Daarna ben ik ermee begonnen. Samen doen we het al twintig jaar – Jacqueline hield een pauze van twee jaar – en ik ben het nog lang  niet zat.