Hoornsterzwagers hielpen in 1945

HOORNSTERZWAAG In begin van 1945, toen de Duitsers zich langzaam teruggetrokken hadden, landden in Alddjip tussen Bakkeveen en Siegerswoude twee Amerikaanse jagers.

De piloten vlogen als escort voor de eskaders die aanvallen deden op Duitse steden. Toen zij boven Duitsland vlogen hebben ze via de radio gemeld aan een tweede luitenant genaamd Luis Deanda dat hun brandstof bijna op was. Toch dachten ze dat ze de basis nog wel zouden halen. Door brandstoftekort zijn de piloten met hun twee-eenmotorige Mustangs echter op 25 februari geland, in de namiddag.

Dicht bij de landingsplek woonde een NSB-boer, die het Duitse kamp heeft gewaarschuwd. Intussen gaven omwonenden de beide piloten Charles Oldfield en Mark Wilson het advies om naar het bos aan de andere kant van het Alddjip te gaan. De piloten volgden het advies op en gingen op pad.

Parachutes

Onderweg waren er al allerlei mensen die naar de piloten toe gingen. Zolang de Duitsers er nog niet waren konden ze hun gang gaan. Zo goed als ze konden gebruiken namen ze de parachute mee. Maar toen de Duitsers een tijdje later arriveerden was het afgelopen met de rust. De volgende ochtend gingen de Duitsers op zoek met speurhonden en zetten de wegen af.

De piloten hadden de hele nacht in het bos doorgebracht. Een boswachter had ze gewaarschuwd dat de Duitsers zouden komen. Tijdens de Duitse zoektocht zaten de piloten boven in een zilverspar in een deel van het bos genaamd De Mogel, dat tussen de Wittesingel en de Zwarte singel ligt. Terwijl ze zich daar verstopten, liepen de Duitsers onder de boom door. De Amerikanen werden niet gezien.

Verzet

Toen de Duitsers weg waren, stuurde de boswachter de piloten naar verzetsmensen in Hemrik. Een van hen, Jochem Alberda, heeft de twee naar de Hoornsterweg gebracht, waar ze werden ondergebracht bij het gezin van Andries Breitsma. De familie Breitsma woonde vlakbij de Tjonger in de buurt van Prikkedam. Voor de Breitsma’s kwam het bezoek heel onverwacht. Maar ze werden wel onmiddellijk binnen gelaten.

Omdat de Breitsma’s geen Engels spraken, communiceerden ze met gebarentaal. Dat was niet altijd even makkelijk daarom werd de arts van Jubbega dr. Meren ingeschakeld om als tolk te functioneren. Later heeft Breitsma de beide piloten geholpen het land over te steken naar een ander opvangadres. Tijdens die tour wachtte Geugje Luik hen op de Schoterlandseweg op. De piloten werden ondergebracht in het koetshuis van Jan Minkes.

Gearresteerd

Gedurende de tijd werden een paar Hoornsterzwagers gearresteerd. De eerste die ze oppakten was een zeker De Vries, hij wist van de piloten af. Verder ook Jouke Breitsma, hij had nog spullen van de piloten. De Vries moest zich hebben versproken want de Duitsers gingen meteen het huis van Andries Breitsma in, maar toen waren de piloten al weg. Wel werd Andries Breitsma opgepakt en naar Crackstate gebracht, daar is hij tot zijn bevrijding gebleven.

Na de arrestaties van De Vries en Breitsma werd het voor Geugje Luik ook gevaarlijk, die vond een schuilplek bij Jacob Sikkema aan het Tsjerkepad. Het gevaar werd voor de beide piloten ook te groot en er werd besloten dat ze naar een ander adres moesten. De beide mannen werden opgehaald door bureauhouder Kamstra uit Hoorsterzwaag die ze naar De Hemrik bracht. Ze kregen daar onderdak bij Tsjalling Bijboer aan de Hemrikvaart. Bij Nijboer hadden ook nog KP’ers onderdak gevonden.

Verhuisd

Vlak voor de bevrijding zijn beide mannen nog verhuisd naar rijksveldwachter Krol die in de straat Trijehoek in Lippenhuizen woonde. Krol moest de avond voor de bevrijding, op vrijdag 13 april met de papieren naar Zwaag. Hij nam de beide piloten als escort mee, de ene achterop de motor en de andere in de zijspan. De mannen hadden hun steekpistool klaar voor eventueel gevaar.

Op de terugweg wilden een paar Duitsers ze aanhouden, op het kruispunt van Zwaagster-Buitenweg. Waarop de twee soldaten zonder aarzeling doodgeschoten werden. Het waren twee jonge soldaten van nog geen twintig jaar oud. Ze zijn later op het kerkhof van Gorredijk begraven. Omdat de Duitsers de bruggen hadden laten springen moesten de piloten in Gorredijk uiteindelijk met een kinderwagen overgebracht worden. Zo zijn de piloten op 14 april weer toegevoegd aan de Koninklijke Canadese Dragons in Oldeberkoop.

In 1987 publiceerde redacteur Catrienus Meyer van de Heerenveense Courant een artikel over deze geschiedenis. Nadien kwamen er steeds meer feiten bij via G. van der Bos, J. Cnossen, S. Roelsma, K. Sikkema en W. van der Sluis.

Jan-Gerben Mulder