Liefhebberij: Eenzaam eierdopje krijgt grote familie

Appelscha – Wie de woonkamer van Rolina Slager (74) in Appelscha binnenloopt, kan ze niet missen: de eierdopjes in een groot eivormig, houten rek. De dopjes komen van over de hele wereld, maar het begon allemaal met die ene, die ze vond in de woning van haar moeder in Bakkeveen.

‘Daar stond het eenzame eierdopje in een keukenkastje’, vertelt Rolina over het moment dat zij en haar familie de woning leeghaalden vanwege het overlijden van haar moeder. ‘De eierhouder bleef als enige staan, niemand wilde het hebben, die eenling. Ik had het ook nog nooit eerder gezien.’ Waarom er geen tweede stond, blijft een raadsel. Ook weet ze niet of het voorwerp vaak gebruikt werd. De eierstandaard met wat onsamenhangende oranje en grijze beschilderingen verdween niet veel later in de jaszak van Rolina. ‘Ik vond het wel een mooi aandenken aan mijn moeder. Daarbij: het heeft iets gezelligs, zo’n eierdopje, iets huiselijks. Het hoort gewoon in een woning.’ Het was 1982. De ‘erfenis’ kreeg een sticker met het cijfer 1 op zich geplakt, duidend op haar eerste eierdopexemplaar.

Rommelmarkten afstruinen

‘Ik struinde wel eens over een rommelmarkt en begon op eierdopjes en hun vormen en beschilderingen te letten.’ Het duurde niet lang of Slager had de nummers twee en drie ook beplakt. In een schriftje beschreef ze welke nummers op wat voor manier zijn verkregen, waar en hoe het er uitziet. ‘Helemaal toen de verzamelaar er ruchtbaarheid aan gaf, breidde haar collectie snel uit. ‘Ik kreeg wel eens wat, vond wel eens een paar en mensen namen vaak één mee van een vakantie. Wel handig als je voor een verjaardag anders niets weet om te geven.’ Rolina kreeg wel eens een setje van vier, een exemplaar met een schoteltje eraan vast of een bijbehorend lepeltje erin. En vaak krijgt ze er één van haar zoon. ‘Mijn laatste aanwinst nam hij mee uit Madrid’, zegt ze als ze naar de kleurige dopvariant wijst. Alles werd bewaard.

Sport

Iemand die nu denkt: kassa, ik heb nog tien bijzondere eierdopjes staan, die slijt ik wel even aan Rolina, heeft pech. Slager ontwikkelde een soort sport binnen haar hobby. ‘De dopjes die ik koop mogen niet duurder zijn dan vijftig cent. Dat sprak ik destijds met mezelf af, zodat de hobby niet uit de hand loopt.’ Ook al zijn ze allemaal erg goedkoop, op een dag schrok de verzamelaar zich een hoedje. De verzameling had inmiddels exponentiële groei doorgemaakt, maar Rolina miste één. ‘De allereerste was verdwenen. Hij stond op een opvallende plek in de woning, dus dat viel op. Tot op de dag van vandaag weet ik niet waar het eierdopje met voornamelijk een emotionele waarde is gebleven.’ Wel heeft ze een vermoeden. ‘De schoonmaakster stootte er vast tegenaan. Ik denk dat het kapot is gevallen. Ik heb haar er destijds naar gevraagd, maar ze wist er niets van.’ Een lange tijd zat ze zonder totdat de zus van Rolina een soortgelijk dopje tegenkwam op een rommelmarkt en hem voor me meebracht. ‘Misschien is het wel dezelfde, wie weet.’

Nummeren

‘Dit zijn trouwens niet de enige eierdopjes die ik heb hoor’, benoemt Slager als ze voor het rek met tientallen eierdopjes in de woonkamer staat. Rolina bleef ze nummeren. ‘Ik heb op onze eerste verdieping ook nog een heel rek uitgestald. Kom maar eens mee.’ Een nog groter rek komt tevoorschijn. Er staan meer dan driehonderd stuks op. ‘In Makkinga staat ook nog een doos vol’, meent Slager. ‘Eigenlijk heb ik wat te weinig ruimte. Daarom probeer ik tegenwoordig ook zo weinig mogelijk op zoek te gaan naar nieuwe dopjes. Ik kan ze niet kwijt.’ De eierdopjesverzameling breidde uit tot vierhonderd exemplaren. ‘Als het er niet meer zijn.’ Ze vist een koperen eierdop uit de uitstalling. ‘Dit is naast de ‘allereerste’ de mooiste die ik heb. Ik kreeg hem van Jans Tabak uit Diever. Het dopje lijkt me oud en koninklijk toe.’ Rolina heeft goede herinneringen aan de pas overleden historicus uit Diever, waar Rolina en haar man een supermarkt exploiteerden. ‘Wanneer ik deze eierdop kreeg, weet ik niet meer.’ Ook staat er geen nummertje meer onderop. ‘Die is er vast afgevallen tijdens één van onze verhuizingen.’ Achterhalen kan ze het ook niet meer: het schriftje met aantekeningen over het eierdoparsenaal mist ook.

Gebakken ei

Keuzestress over welke troon de Appelschaster voor haar hardgekookte ei moet gebruiken, heeft ze niet: 'We zijn gek op eieren, maar we eten ze bijna altijd gebakken. En anders leggen we het ei zo op tafel.'