NiekHoort
Door Niek van der Oord

Beter laat dan nooit

De Nederlandse regering heeft 75 jaar na dato excuses aangeboden voor de rol van de Nederlandse overheid bij de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. De manier waarop premier Mark Rutte dat deed ontroerde mij.

Het besef dat de Nederlandse bevolking in de periode 1940-1945 niet alleen uit verzetshelden bestond, is bij iedereen die iets van de oorlog weet al lang ingedaald. De meeste mensen hielden zich zoveel mogelijk afzijdig, de grote grijze massa.

Heldenmoed bekopen met de dood

Dan waren er Nederlanders die echt in opstand kwamen tegen het barbaarse nazibewind. Zij bekochten hun heldenmoed vaak met de dood. Een groot deel van de bevolking heulde met de bezetter. In de geschiedschrijving van de oorlog is over deze drie categorieën veel gepubliceerd.

Op hulp aan Joden stonden zware straffen. Toch waren er mensen die de vervolgden een schuilplaats boden. Vaak gebeurde dat uit geloofsovertuiging. Mijn moeder die uit kamp Westerbork vluchtte, dankt haar leven aan gelovige mensen die de moed hadden haar bij hen te laten onderduiken. Ze moest dan wel zondags mee naar de kerk en er waren zelfs gezinnen die haar wilden bekeren.

Met de paplepel ingegoten

Mijn moeder praat bijna nooit over de oorlog of over haar talloze door de nazi’s vermoorde familieleden. Wel werd mij met de paplepel ingegoten welke bedenkelijke rol medeburgers, het Rode Kruis, de koninklijke familie en de overheid hadden gespeeld in de hele Shoah, de uitroeiing van de Joden.

Met terugwerkende kracht kreeg ze in de loop der jaren het gelijk aan haar kant. Het woord Holocaust kenden we tot 1978 niet. Dat werd toen pas bekend na een vierdelige Amerikaanse televisieserie met die naam. In de afgelopen decennia heb ik mij steeds meer verdiept in de Holocaust. Maar hoe meer je er van weet; des te minder je begrijpt hoe het heeft kunnen gebeuren.

75 jaar na de bevrijding van Auschwitz is er in de media veel aandacht voor de Holocaust. Naast de massamoord op Joden worden andere vervolgden als Sinti en Roma en homo’ s herdacht.

Levenslichtmonumenten

Zelf mocht ik maandag iets vertellen bij de presentatie van de Levenslichtmonumenten die in Assen en Wolvega zijn geplaatst. In Assen was mijn nu 93-jarige moeder aanwezig. In haar geboorteplaats is zij wat betreft de Jodenvervolging nog de enige die uit eigen ervaring kan putten. Het duurt niet lang meer of de laatste overlevenden van de Holocaust zijn verdwenen.

Het is noodzakelijk hun verhalen te blijven vertellen, zodat we er lessen uit kunnen trekken en de namen van de in de gaskamers omgebrachte slachtoffers niet worden vergeten. Ik probeer daar een steentje aan bij te dragen.

Verplichte reis naar Auschwitz

Op de plaatsen waar ik dat doe zijn de toehoorders zich meestal wel bewust van de gruwelijkheden waarmee de door de nazi’s vervolgden te maken hadden. De kunst is om juist de Holocaust-ontkenners of antisemieten te bereiken. Voor hen zou een verplichte reis naar Auschwitz op het programma moeten staan. Met eigen ogen zien wat daar is gebeurd.

De door onze premier gemaakte excuses vind ik erg belangrijk. Geheel onverwacht trok hij tijdens de Auschwitz-herdenking in Amsterdam namens de regering het boetekleed aan. ‘Dat doe ik in het besef dat geen woord zoiets groots en gruwelijks als de Holocaust kan omvatten.

Erkennen wat er is gebeurd

75 jaar na Auschwitz is antisemitisme nog altijd onder ons. Juist daarom moeten we voluit erkennen wat er destijds is gebeurd en dat ook hardop uitspreken.’ Mooier had Rutte het niet kunnen zeggen. Beter laat dan nooit.