Oehoe-paar broedt voor het eerst in Drenthe en zet deze drie schattige uilskuikens op de wereld in het Drents-Friese Wold

De oehoe heeft zich vrijwel zeker in Drenthe gevestigd. Een paartje van een van de grootste uilensoorten ter wereld heeft deze zomer met succes een nest van drie jongen grootgebracht in het Drents-Friese Wold.

Het gaat om het eerste broedgeval van deze imposante roofvogel in Drenthe.

Braakballen

Een medewerker van Staatsbosbeheer trof in april braakballen aan die wezen op de aanwezigheid van oehoes in het Drents-Friese Wold. Een ruiter vond op 13 juni in het bos een jonge uil, die door de dierenambulance naar opvangcentrum Fûgelhelling in Ureterp werd gebracht.

Daar werd vastgesteld dat het om het jong van de oehoe ging. De roofvogel kon nog niet vliegen. Staatsbosbeheer wist het nest te lokaliseren. Het bevond zich vlak bij de vindplaats van het oehoe-jong, op de kluit van een omgevallen beuk. De jonge uil werd teruggeplaatst. Met een wildcamera werden nest en de directe omgeving in de gaten te houden.

Beelden

Op de beelden is te zien dat het jong gevoerd wordt door de ouders en gezelschap krijgt van twee andere jongen. Toen het drietal was uitgevlogen, heeft Staatsbosbeheer de directe omgeving van het nest onderzocht op prooiresten en braakballen. Daaruit bleek dat de uilen vooral leefden van bruine ratten, egels, jonge hazen, vogels (waaronder jonge buizerd, jonge bosuil en volwassen ransuil) en meikevers.

Oehoe-deskundige Hans Hasper vermoedt dat het oehoe-paar uit Duitsland afkomstig is. Hij is verrast dat de uilen voor het Drents-Friese Wold hebben gekozen.

Over de oehoe

De oehoe lijkt qua uiterlijk op de ransuil, maar is een flink stuk groter en daarmee een indrukwekkende verschijning. Het vrouwtje is gemiddeld groter (67 cm) dan het mannetje (61 cm). De spanwijdte ligt tussen de 1,60 en 1,88 meter. De uil heeft opvallende, acht centimeter lange oorpluimen en grote oranje ogen. De oehoe is een beschermde inheemse diersoort. De nesten zijn daarom, voor zover niet permanent verlaten, eveneens beschermd.

Favoriete kostje

,,Dit natuurgebied is voor de oehoe wat arm aan prooidieren. Dan doel ik op het favoriete kostje van deze uilen: houtduiven en ratten. Net over de grens, in Duitsland, is dat aanbod veel groter doordat daar bij de maïs-oogst veel resten van dat gewas achterblijven op de akkers. Die resten trekken vervolgens veel houtduiven en ratten aan.’’

Hasper is er van overtuigd dat het oehoe-paar in het natuurgebied terugkeert. ,,Dat zie je elders ook. Dat hoeft niet op dezelfde plek te zijn, het kan ook dat ze verderop in het Drents-Friese Wold nestelen.’’ De jongen zoeken vermoedelijk naar een andere verblijfplaats, ver weg van de broedplek.

‘Compliment’

Boswachter Widmar van der Meer is blij met de komst van de grootste uilensoort van Europa. Aangezien de oehoe vooral in andere landschappen gedijt, beschouwt Van der Meer het als een compliment dat de uilensoort zich blijkbaar ook thuis voelt in dit natuurgebied van 61 vierkante kilometer, op de grens van Drenthe en Friesland.

Om het voor Drenthe unieke broedgeval te vieren kreeg gedeputeerde Henk Jumelet vanmiddag een geboortekaart aangeboden. De oehoe is sinds 1997 weer terug in Nederland, met name in Limburg en de Achterhoek. Dit jaar werden tot dusver 38 paren in Nederland gemeld.