RECRON: gat begroting wordt gedicht over de ruggen van ondernemers

Oosterwolde - De vereniging van Recreatieondernemers, RECRON, wijst in een protestbrief aan de gemeenteraad de voorgenomen verhoging van de toeristenbelasting in Ooststellingwerf af. Het college is voornemens de toeristenbelasting met 40% te verhogen. Het tarief voor een overnachting komt dan op 1,40 per persoon per nacht.

De gemeenteraad bespreekt dinsdag de begroting, waarin dit voorstel staat. GroenLinks en de PvdA zagen twee weken geleden tijdens een commissievergadering geen probleem, andere fracties hikten wel tegen de verhoging aan. Wethouder Marcel Bos zei toen: ‘We hebben geenszins het idee dat hierdoor toeristen wegblijven.’

Geen overleg met ondernemers

Regiomanager Petra Ellens van de RECRON spreekt dinsdag in bij de raadsvergadering. Ze begrijpt dat de gemeente de begroting op orde wilt hebben. ’Maar waarom moet de recreatiesector de gaten in uw begroting vullen? Waarom gaat u niet in overleg met de ondernemers om te kijken of er alternatieven zijn. Deze discussie heeft niet plaatsgevonden en daardoor wordt nu over de ruggen van uw ondernemers hun bedrijfsrendement aangetast. Immers de prijzen voor een overnachting kunnen niet zomaar verhoogd worden zonder gevolgen. De recreatie heeft geen tekort gecreëerd. Integendeel zij schept banen en verhoogd de leefbaarheid in uw gemeente. Ook zorgt ze jaarlijks al voor meer dan 2,5 ton aan opbrengsten voor uw gemeentekas door de toeristenbelasting maar blijkbaar is dit nog niet genoeg.’

Gemiddeld tarief is 1,08 euro

Volgens Ellens staat ten onrechte in het raadsvoorstel dat het gemiddelde tarief van de toeristenbelasting in noordelijke gemeenten 1.45 euro is. ‘Ik hoor graag de namen van de gemeenten waar dit tarief geldt. Ik ken ze namelijk niet.’ In 2019 heeft de gemeente Midden Drenthe het hoogste tarief (1.30 euro). ‘Maar dat is voor de vier jaar die volgt bevroren.’ Het gemiddelde tarief in Drenthe bedraagt volgens de RECRON 1.08 euro waarbij er ook nog een aantal gemeenten zijn die kinderen vrijstellen van de belasting zoals Noordenveld, De Wolden en Hoogeveen.

Dat het Ooststellingwerfse college bovendien een vergelijking maakt met de tarieven in de partnergemeenten Opsterland en Weststellingwerf valt ook slecht bij de RECRON (Opsterland 2.81 euro en Weststellingwerf 4,49 euro.) Ellens: ‘Hier vergelijkt het college appels met peren. Beide genoemde gemeenten hanteren een percentage van de overnachtingsprijs. In Opsterland bedraagt het tarief 2,5% voor huurobjecten en 4% voor kamperen. Concreet betekent dit dat een hotelgast in Opsterland bij een overnachting van 100 euro, 2.50 euro afdraagt aan belasting en een gast op de camping met zijn tentje van een tarief van 15 euro, daar 4% betaald en dus 60 cent. De belastingdruk blijft zo redelijk en in verhouding met de prijs van de overnachting.’

Een belastingdruk van 25%

Petra Ellens roept daarom Ooststellingwerf op om het model van Weststellingwerf en Opsterland over te nemen en te gaan voor een percentageheffing. ‘Met de beoogde verhoging zoals dat nu wordt voorgesteld wordt het overnachtingstarief op een camping of met een groep (bv. school) overnachten veel te zwaar belast. Een weekje staan kost voor een gezin op een comfortplaats in het naseizoen ongeveer 200 euro, daar komt dan 49 euro toeristenbelasting overheen. Dat betekent een belastingdruk van 25%.  Dat kan toch niet de bedoeling zijn? We hebben het dan nog niet eens over de andere heffingen - zoals BTW - die de ondernemer ook nog moet afdragen.’

Slecht voor ondernemersklimaat

Door de toeristenbelasting zo fors te verhogen verslechterd volgens de RECRON het ondernemersklimaat ‘want elk bedrag dat u van de overnachtingsprijs afhaalt kan niet geïnvesteerd worden in de bedrijfsvoering van het bedrijf zelf. Juist nu de sector zelf voor forse investeringsslagen staat denk bijvoorbeeld aan het vitaliseren van hun bedrijven maar ook aan de investeringen die ondernemers moeten doen in het kader van het verduurzamen van de bedrijfsvoering en het toepassen van noodzakelijke innovaties die ook de nodige kosten met zich meebrengen.’