NiekHoort
Door Niek van der Oord

De ene klootzak is de andere niet

‘Klootzak.’ Alle blikken gingen mijn richting uit, maar de man die zijn scheldwoord vanaf de volgepakte publieke tribune de volle raadszaal inslingerde zat dan ook precies op de stoel achter mij.

Zijn uiting van ongenoegen richting het jarige raadslids Tammo Munting was maandagavond de enige keer dat het publiek zich op een vervelende manier mengde in de raadsdiscussie over het Prikkedamcircuit in Makkinga. Voor de rest verdienen de aanwezige motorliefhebbers complimenten. De ongetwijfeld aanwezige emoties werden bedwongen.

Roel van Rossem, de omwonende die de meeste voorstanders van het circuit tot wanhoop drijft, kon zijn betoog ongestoord afmaken. In niet mis te verstane bewoordingen nam de met het Prikkedam-dossier belaste wethouder Marcel Bos stelling tegen degenen die Van Rossem hadden bedreigd of ‘als een dwaas voor eigen rechter spelen.’

Respectvol en ingetogen 

Henk Dongstra, die de in Spanje verblijvende burgemeester Harry Oosterman verving, riep bij aanvang van de vergadering het publiek op om respectvol en ingetogen het debat te volgen.

Die boodschap werd begrepen. De sfeer in de raadszaal was ontspannen en geüniformeerde politie ontbrak. Ondanks het breed gedragen raadsbesluit komt er nog geen eind aan de slepende kwestie. Het opgestelde bestemmingsplan zal wederom worden getoetst door de Raad van State. Wat je ook van de kwestie vindt, het is duidelijk dat bedreigen van tegenstanders veel te ver gaat.

Van achtervolgen was geen sprake

Na de vorige vergadering meldden de media dat de Van Rossems op weg naar hun huis door Prikkedam-aanhangers zouden zijn achtervolgd. Over dat bericht belde mij een mevrouw uit Makkinga. Volgens haar was van achtervolgen geen sprake. Het zouden gewoon inwoners van Makkinga zijn die net als de Van Rossems na de vergadering richting huis reden.

Vrijheid van meningsuiting

Vrijheid van meningsuiting gold 75 jaar geleden niet. In 2020 vieren we het feit dat ons land in 1945 werd bevrijd. Dat brengt me op een ander telefoontje dat ik kreeg van een 91-jarige inwoner van Langedijke. Zij reageerde op het bericht dat de Stichting Joodse Werkkampen haar collectie heeft overgedragen aan het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Zij was er getuige van dat joodse mannen uit kamp De Landweer in Elsloo bij haar ouders aanklopten voor eten. En dat haar inmiddels overleden zus Antje Bult-Veenstra de joodse dwangarbeider Max Wessel hielp met ontvluchten uit het kamp. Ze zijn er nog, de getuigen die ons helpen herinneren wat er in de afschuwelijke periode 1940-1945 is gebeurd. Maar hun aantal wordt steeds kleiner. Toen had je moed als je aanhangers van het Nazi-regiem voor ‘klootzak’ uitmaakte. Tijden veranderen, gelukkig maar.